Namaste India

Een drukte van jewelste. Getoeter. Véél getoeter. Niet wetend waar ik precies moet kijken en waar ik op moet letten. En ook vraag ik me af of het überhaupt verstandig is om op te letten. Ik zit op de bijrijdersstoel aan de linkerkant van ons zwarte taxiwagentje met gekleurde streepjes aan de zijkant. Nadat wij natuurlijk ook al toeterend een buffalo met volgeladen wagen gepasseerd te zijn, rijden we nu op een druk kruispunt af. Wie er voorrang heeft weet ik niet en kan ik er ook niet uit opmaken. En volgens mij weet onze taxichauffeur dat ook niet. Ik begin me net af te vragen hoe men hier aan een rijbewijs komt en of ze eigenlijk wel aan rijbewijzen doen, als ik op dat moment van links een grote vrachtwagen zie opdoemen die met geen korte, maar een langdurige toeter deze keer, recht op de passagiersdeur -mij dus- in lijkt te rijden. Ik slaak een klein gilletje en merk dat de taxichauffeur hierom grinnikt, waarop hij vervolgens twee keer, kort, op zijn toeter drukt en gewoon rustig doorrijdt.  In hoeverre je het doorrijden kunt noemen tenminste, want door het vele verkeer op de weg is echt lekker doorrijden er niet bij. Toch lijkt het zo nu en dan alsof we retehard gaan. We zoeven scooters, motoren, riksha’s en stieren voorbij alsof we ons op de racebaan bevinden, maar als ik een blik op de kilometerteller werp zie ik dat we over het algemeen de 50 kilometer per uur niet overschrijden.

En dan plots schiet ik weer bijna door de voorruit wanneer onze geliefde chauffeur de situatie niet helemaal goed heeft ingeschat en keihard op de rem trapt. Ik kijk naar achteren om een blik op te vangen van Taise, mijn Braziliaanse reisgenootje en vriendin die ik in Australië heb ontmoet en die me zojuist met deze taxi van het vliegveld in New Delhi heeft opgehaald. Ze draait met haar ogen en beide moeten we hard lachen. Maar het duurt niet lang voordat hetgeen gebeurt waar ik het afgelopen uur al bang voor was.. Onze taxichauffeur haalt hetzelfde geintje uit als wat hij hiervoor nog deed met die vrachtwagen. Dit keer betreft het gelukkig (voor mij) een toeterende scooter. Maar nadat onze taxichauffeur het scootergetoeter beantwoordt door weer twee keer kort op zijn eigen toeter te drukken en vervolgens gewoon wéér rustig doorrijdt, blijkt dat de scooterchauffeur hier overduidelijk anders over denkt. En dus slaak ik een nog iets harder gilletje deze keer. BAM! Daar had meneer de scooter waarschijnlijk al gauw spijt van. En onze taxichauffeur trouwens ook, want de wielkas van het linker voorwiel hing op half 7 en op de scooter bevonden zich een aantal krassen. Oeps! Maar aangezien we nog een rit van ruim acht klokuren te gaan hebben in dit taxiwagentje waarbij er nog veel verkeer gepasseerd zal gaan worden, zie ik de lol er dus maar gewoon van in. Ik draai me om naar Taise en roep: ‘Oh yeah baby, namaste India!’

IMG_20170525_233656_447Nadat ik op 12 november 2016 mijn vader met mijn plotselinge thuiskomst wist te verrassen op zijn verjaardag en ongeveer 3,5 maand hard bij hem heb gewerkt, zijn mijn zakken weer wat voller dan ze waren en mocht ik er vier weken geleden eindelijk weer aan geloven. Op reis! En deze keer door Azië! Een aantal mensen uit het thuisfront vindt het niet zo verstandig en had me liever thuis zien blijven, op zoek naar een goede baan of startende aan een eventuele vervolgstudie. En ondanks dat deze keuze misschien niet op álle fronten de meest verstandige is, denk ik toch echt dat ik weer de beste keuze heb gemaakt die ik kon maken. Het is zo onbeschrijfelijk mooi, interessant, leerzaam en waardevol om op deze manier dingen van jezelf te ontdekken die je nog niet wist en te leren van andermans cultuur, ervaringen en verhalen. En in Azië merk ik dat ik dat nog intenser ervaar dan dat ik in Australië en Nieuw Zeeland deed.

19 maart ben ik mijn reis gestart in India. En aangezien ik zeven jaar geleden ook een aantal weken in India ben geweest maar toen erg ziek ben geworden en in een soort cultuurshock terechtkwam, vertrok ik met wat dubbele gevoelens. Mijn bezoek aan India zeven jaar geleden was een geweldige ervaring om nooit weer te vergeten, alleen ik wist niet zeker of het een land was waar ik weer echt naar terug zou willen. Maar omdat ik plannen had om met Taise samen te gaan reizen en zij enorm graag een Indiase Ayurveda massage cursus wilde doen, maar ze liever niet in haar eentje naar India wilde reizen, besloot ik maar gewoon met haar mee te gaan. Het lag immers op de route!

Na een hilarische vlucht richting Parijs achter de rug te hebben, waar ik werd vergezeld door twee debiele Amerikanen die onder andere vliegtuigwraps jatte door het na ontvangst onderin hun schoen te drukken en vervolgens, wanneer de stewardess nog eens langskwam, net deden alsof ze nog niets hadden gehad, ben ik overgestapt van mijn KLM/Air France vlucht naar mijn Air India vlucht richting New Delhi, India. En op het moment dat ik het vliegtuig inliep voelde het meteen alsof ik India zelf al binnenliep. Op twee anderen na was ik de enige Europeaan was die zich in dat vliegtuig bevond. En lopend door het tussenpaadje op zoek naar mijn stoel, voelde ik dat de ogen in het vliegtuig bijna allemaal op mij gericht waren en me volgden tijdens het passeren. Ik herinner me weer precies hoe het zeven jaar geleden ook ging, toen er in de rij om te boarden ‘selfies’ werden gemaakt, waarbij ik vervolgens de betreffende telefoonschermpjes gevuld zag met mezelf, in plaats van de persoon die de ‘selfie’ maakte. En dat blijkbaar allemaal vanwege mijn huidskleur, lengte en groene ogen. Wat leven we toch in een bijzondere wereld.

In het vliegtuig ontmoette ik al een enorm aardige Indiase jonge vent, die me echt enorm hielp met het uitleggen van het openbaar vervoerssysteem in India. Hij schreef alles voor me uit en gaf me zelfs zijn tweede simkaart, zodat ik hem kon bereiken wanneer ik hulp nodig had. En eenmaal op het vliegveld liet hij me niet eens een koffie voor hem kopen. Samen met zijn collega bleef hij net zo lang met me wachten tot Taise me met de taxi op kwam halen en zorgde dat ik niets tekort kwam. Wat een geweldig gastvrije cultuur is het toch ook. Echter, in de loop van mijn reis in India bleef hij natuurlijk wel contact met me zoeken en was hij veel te overbezorgd dat er iets met me zou gebeuren als vrouw zijnde. Op den duur werd dit wel ietsje vervelend, maar het was goed bedoeld. Voor hen is het nou eenmaal niet gebruikelijk dat vrouwen in hun eentje op reis gaan.

sdrEenmaal in Rishikesh aangekomen na een lange taxirit met op het eind nogal wat onderhandelingen over de prijs, omdat we natuurlijk plots ineens veel meer moesten betalen dan wat er vooraf was afgesproken, kregen Taise en ik onze zin en hebben we geen cent meer betaald. Dat afkoop gedoe hou ik niet zo van en dat laat ik dus ook maar goed merken. Ik ben dan misschien wit, maar ook maar gewoon een mens.

 

In Rishikesh, the world capital of Yoga, hebben we in de eerste week de massage cursus gedaan met nog één andere vrouw.

Onze massageleraar was Prem, edaven man, en na een aantal lesdagen en veel heeerlijke massages  verder hadden we met zijn allen best een goede band opgebouwd. Hij vertelde dan bijvoorbeeld ook over zijn huwelijk. Prem is uitgehuwelijkt aan iemand waarmee het gewoonweg niet goed matcht en wat hij als een probleem ervaart. Echter is scheiden in de Indiase cultuur nog steeds uit den boze en ‘moet’ hij maar roeien met de riemen die hij heeft. Hij is daarom maar zo min mogelijk thuis, zodat zijn vrouw haar gang kan gaan en hij zelf ook. Hij vertelde dat zijn vrouw niet eens van massages houdt! En dan ben je dus getrouwd met een massageleraar.. Nou, ik had het wel geweten.

Rishikesh is een stadje met een absoluut geweldige vibe. Het is weer erg moeilijk om onder woorden te brengen, maar ondanks dat het natuurlijk wel India blijft en je goed op moet passen dat je niet genaaid wordt waar je bij staat, is het denk ik het meest peacevolle stadje die ik tot nu toe heb meegemaakt. Wanneer we uit eten gingen en ze bij de kassa geen wisselgeld hadden wanneer we met een briefje van 1000 rupees betaalden (vanwege die stomme pinautomaten die niets anders uitgaven en wat gewoon een groot bedrag is in India; namelijk €65), vroegen ze ons om de dag erna terug te komen om het dan alsnog af te tikken. Echter, soms kwam het voor dat ze ook dan geen wisselgeld hadden en het betalen gewoon nog weer een dag uitgesteld werd. Opgeschreven werd het niet, maar ervan uitgaande dat ze ons konden vertrouwen lieten ze ons dus gewoon weer gaan. En dat vind ik nou het mooie! Wanneer iemand jou het vertrouwen geeft, wil je dat niet schaden. Althans, zo zit ik niet in elkaar. En dus kwamen we nog twee dagen later gewoon weer terug om ons nog steeds bestaande rekening te betalen. En aangezien zij het dan allang weer vergeten waren mochten we gewoon op de kaart aanwijzen wat we ook alweer hadden gehad. Mooi toch?
dav
Met Taise heb ik het enorm naar mijn zin gehad. Het blijft een bijzondere meid, maar oh wat kan ik toch met en om haar lachen. Het enige nadeel is dat ze nogal houdt van roken en blowen, net zoals elke backpacker die ik tot nu toe in Azië heb ontmoet (op letterlijk maar drie na), en ik dus de hele dag door in de wiet- en rooklucht zit. En natuurlijk heb ik ook wel weer eens een jointje meegerookt, maar aangezien ik het gewoon niet lekker vindt en het me ook alleen maar meer tegen gaat staan hoe vaker ik de geur ruik, is dit wel een dingetje geworden die ik echt niet tof vindt aan backpacken door Azië. In plaats van dat de roker de bijzondere/outsider is, was ik als niet roker de outsider. En wanneer je je continu in gezelschappen bevindt waarbij jij de enige bent die niet rookt, is dat op den duur wel wat vervelend, want niemand snapt er iets van. ”You are from Amsterdam!”.

Rishikesh bestaat uit verschillende wijken, waarvan Laxman Jhula de meest populaire is voor toeristen. Óveral, maar dan ook óveral kun je yoga en meditatielessen volgen, kun je deelnemen aan een retreat in een Yoga ashram en/of kun je cursussen volgen om zelf een Yoga teacher te worden. Daarnaast is er een ruim aanbod rondom Reiki, Tantra, maar ook Ayurveda, zoals de cursus die Taise en ik gedaan hebben.

Omdat onze massage cursus in Tapovan bevond, moesten we dagelijks de immens populaire Laxman Jhula bridge over om in Laxman Jhula te komen. Dit is een smalle hangbrug van anderhalve meter breed, waar zowel scooters, motorbikes, mensen, honden, apen, stieren en ezels overheen wandelen of rijden. En aangezien de straten van India al snel gevuld zijn met al dit volk, betekent dat dus enorme files op de bridge tijdens spitsuur, wat natuurlijk gepaard gaat met héél veel scootergetoeter, geduw, gezucht, gesteun en zo nu en dan gegil wanneer iemand wordt lastig gevallen door een aap of stier.

dav

In Laxman Jhula bevindt zich ons favoriete Café Moksh, waar dagelijks jamsessies gehouden worden door allerlei muzikanten van over de hele wereld. Het is ongelofelijk hoe gemakkelijk er een enorm muziekstuk ontstaat wanneer mensen, die elkaar niet eens kennen, goed naar elkaar luisteren en vervolgens gewoon hun ding beginnen te spelen of te zingen. Vooral het drummen op de djembé’s vind ik wel zo enorm geweldig, dat ik er aan het einde van mijn verblijf in India zelf eentje heb gekocht. Met korting weliswaar, met dank aan mijn Indiase vriend Raj, die zichzelf ‘The king of Love’ noemt. Wat een figuur, maar wat een geweldig mens!

In Rishikesh hebben we veel gerelaxed in alle heerlijke café’s waar je geen tafels en stoelen hebt, maar lage tafels en véél kussens op de vloer. Verder hebben we voor een paar dagen een scooter gehuurd, hebben we rondgereden door de stad, maar ook door de jungle waar we een mooie waterval en geweldige mensen hebben ontmoet die hun droom proberen na te leven en er hun eigen café proberen op te bouwen (ook al was daar nu nog weinig van te zien..), die met ons een Indiase maaltijd kookte op hun met vuur gestookte stove, waarna we onze maaltijd geserveerd kregen in vers geplukte bladeren. Verder zijn we ’s nachts achtervolgd door een stel waaks blaffende zwerfhonden, waarbij ik een hard gillende Taise achter me had zitten en er vervolgens benen op mijn schouders lagen.. Zijn we aangerand door Indiase mannen, waar we eerst door geschokt waren, maar later ook enorm hard om konden lachen, is er ons geld afgetroffeld door neppe helderzienden, waar we natuurlijk met open ogen intuinden, en hebben we vooral enorm veel gelachen om de deels prachtige, maar ó zo bijzondere Indiase cultuur..

Veel van de avonden in Rishikesh gingen rond zonsondergang naar de Sunset steps, een enorme trap waar ook dagelijks allemaal muzikanten bijeen komen om muziek te maken, met uitzicht over The Ganges/Mother Ganga/Maa Ganga, ofwel the Ganga River. De enorm heilige rivier die vanuit de Himalaya’s door Nepal en india stroomt en die (in India) bekend staat om zijn bijzondere blauw/groene kleur. De rivier trekt veel (Indiase) toeristen en wordt dagelijks met veel verschillende rituelen en lichtceremonies aanbeden. Tijdens deze avonden op de sunset steps werden er vaak Mantra’s gezongen. Sommige hele mooie, maar soms ook minder mooie. Zo hoorde ik op een gegeven moment zo’n twee keer per dag de ‘Hari Krishna, Hari Krishna’ Mantra, die op den duur ook wel mijn neus uitkwam.

dav

Het zingen van Mantra’s is onderdeel van het Hindoeïsme, maar ook van het Boeddhisme. Men zegt dat de vibratie van het zingen van, onder andere, ‘Om’ veel effect heeft op je gezondheid. Zowel fysiek als mentaal. Ook met het beoefenen van yoga worden de lessen gestart met het gezamenlijk een aantal keer zingen van ‘Ooooommmm’. En het klopt, het brengt een enorme vibratie op gang binnen de ruimte en in jezelf. Best bijzonder om te ervaren!

Tijdens ons avontuur in Rishikesh hebben we nog met een aantal mensen,  waaronder een Franse, twee Indiase, een Amerikaan, twee Canadezen uit Amerika, twee Israeliërs, een Nederlandse en natuurlijk Taise en ik, gekampeerd in tenten langs de Ganga River. ’s Avonds een kampvuurtje gebouwd en liedjes gezongen onder begeleiding van de gitaar. Dit is toch wel het ultieme reizigersgevoel! Maar na de dag erna uiteindelijk weggestuurd te zijn door een politie agent, aangezien het een private property bleek te zijn, waarbij we een lift kregen van een klein open vrachtwagentje en we dus met zijn allen bovenop elkaar achterin het bakje lagen, zijn we weer teruggegaan naar Rishikesh. Hier hebben we met een deel van de groep plannen gemaakt om naar Mussoorie te gaan, een stadje in de bergen van India. En zo gingen we met het openbaar vervoer die kant op. Weer een heel avontuur, aangezien het openbaar vervoer niet zo comfortabel in elkaar steekt als in Nederland. Maar ach, voor die vijf euro waarvan we een hele dag konden reizen was dat het meer dan waard! We hebben daar enorm gezellige dagen gehad met het prachtige uitzicht in de bergen, maar helaas regende het enorm. We hebben daarom veel doorgebracht in de hotelkamers, omdat het in de bergen toch ook wel een stuk koeler was dan beneden in Rishikesh met zo’n 38 graden.

Na het tsdrripje Mussoorie, waar we onder andere de lekkerste omeletten ooit hebben geproefd, zijn Taise en ik nog een paar dagen teruggegaan om gedag te zeggen tegen onze Indiase vrienden voordat we de lange busrit richting New Delhi namen de trein naar the airport en we vervolgens naar Nepal vlogen.

 

 

 

In Nepal hebben we niet heel veel samen meer beleefd, aangezien ik na zes dagen al het telefoontje kreeg dat ik maar beter naar huis kon komen wegens de verslechterde gezondheid van opa Bisschop. We waren na een paar dagen in Kathmandu te hebben verbleven net aangekomen in Chitwan National Park, door middel van een heel hobbelige busrit van 8 uur. Wat een verademing was het om daar aan te komen, omdat het er zo rustig was zonder al dat verkeer en getoeter, we weer normaal konden ademen en het zo fijn was om al die natuurlijke junglegeluiden te horen. We waren van plan om er een trek te maken door de jungle waar we onder andere olifanten, tijgers, beren, krokodillen en neushoorns met één hoorn konden zien. Maar voor mij ging dat hem helaas niet worden, ook al was er toevallig een wilde neushoorn aan het badderen in het meertje waar we langsliepen. Supergaaf! En ook lagen daar wat krokodillen te zonnen. Helaas is een echte trek in de jungle niet gelukt.

davdav

Na het telefoontje met mijn ouders heb ik gelijk alles in gang gezet met mijn verzekeringsmaatschappij en hebben ze een vlucht naar huis én weer teruggeboekt. En ondanks het behoorlijk vervelende nieuws ging het ook wel weer gepaard met een klein hoogtepuntje: ze lieten me gewoon businessclass vliegen! W-a-u-w, wat was dat lekker. Probeer je eens in te beelden hoe hilarisch het is wanneer er een backpacker met een fleurige losse hippiebroek, een backpack en een djembee op haar rug in de incheck-rij staat tussen de gouden hekjes, waarbij er gekeken wordt alsof ze vast een foutje heeft gemaakt. Of bijvoorbeeld dat moment dat je het vliegtuig inloopt en men, waaronder het vliegpersoneel, verbaast opkijkt wanneer je linksaf mag slaan naar de hemel der hemelen in de vliegwereld, terwijl de rest rechtsaf mag richting de economy class. Ik werd bediend als een koningin en mocht in Abu Dhabi gebruik maken van de businessclass lounge, met heerlijke buffetten vol met eten, toetjes en taart, waarna ik kon genieten van een heerlijke luxe en enorm schone douche (vooral na een bezoekje India/Nepal) en vervolgens kon chillen in die ultiem relaxte stoelen onder het genot van onbeperkt gratis GOEDE capuccino’s.

Maar goed, natuurlijk had ik dat allemaal meer dan graag aan mijn neus voorbij laten gaan als in ruil daarvoor opa nog wat langer bij ons had kunnen zijn. Maar óh wat ben ik dankbaar dat ik gewoon de mogelijkheid had om terug naar huis te komen en nog gedag kon zeggen. En volgens mij was opa dat ook.

En ondertussen zijn we alweer drie maanden verder. Bevind ik me alweer aan het einde van mijn vier wekelijkse bezoek aan Nepal, maar had ik nog steeds mijn blog van toen niet geüpload. Bij deze dus weer een belofte dat mijn huidige belevenissen er ook snel weer aankomen :). En uiteraard een excuusje voor de lengte.

Liefs, Aletta

dav

Advertenties

Mien boer’n lee’mtje op de Ozzie boerderieje.

.. Na zo’n zeven uur wachten in de bloedhete zon met zoemende vliegen rond onze hoofden en opdoemende stofwolken wanneer een auto langsracede, kwam Chase dan ein-de-lijk terug gehitchhiked. Je kunt je je misschien voorstellen dat we lichtelijk ongerust raakten na zo’n lange tijd. En aangezien er geen bereik is in de outback en je dus niets of niemand kunt bereiken, is het puur een kwestie van wachten, wachten en nog eens wachten. Bij elke auto die in de tegengestelde richting aan kwam rijden en afremde om ons te vragen of we ‘alright’ waren, duimden, joelden, klapten en beden we al huppend van onze ene bil naar onze andere, in de hoop dat het misschien een auto was met daarin: Chase. En na vele teleurstellingen was hij daar dan eindelijk! Nou, ik zal jullie vertellen: ik ben nog nooit eerder zo blij geweest om hem weer te zien, haha. En wat me erg verbaasde is dat hij blijkbaar anderhalf uur langs de kant met onze autoband heeft gestaan om een lift te krijgen. Blijkbaar dacht iedereen dat hij daar voor zijn lol stond zonder bagage met een autoband middenin de outback.. Anyway, hij was er. En een geweldig lief groepje rond de zestig jaar oude toeristen was zo lief geweest daarvoor te zorgen!

dav

Na een beetje sleutelen met ons prachtig mooi voor elkaarre gereedschapssetje, zat de gerepareerde band er dan eindelijk aan. Het goede nieuws was dat de band gemaakt was op een mix tussen een camping/cattle farm en de receptioniste het zo met ons te doen had dat we een nachtje gratis op hun camping mochten verblijven! Dat betekende eindelijk weer een douche na een week lang badderen in riviertjes! Een wc! Een zwembad! Een restaurant! Mensen! Een muziekbandje! Een stukje bewoonde wereld! Weehoo! Erg genoten, een lekker cool biertje gedronken aan de bar surrounded by cowboy materiaal en we hebben gezellig wat spelletjes met elkaar gespeeld (ik zeul het spel Jungle Fever al bijna een jaar met me mee en het zorgt iedere keer weer voor een leuke avond). De dag erna zijn we redelijk vroeg vertrokken en hebben we de laatste paar honderd kilometer gereden tot we in de èchte bewoonde wereld aankwamen.

In de hierop volgende dagen zijn we met een paar kleine stops direct naar Darwin gereden. We moesten onze lieve auto Franky zien te verkopen omdat ik ondertussen via internet een baan dichtbij Melbourne had gevonden om mijn 88 dagen farmwork voor een tweede jaarsvisum bij elkaar te sprokkelen, dus daar zou ik na een week naartoe vliegen. Kimberley vertrok al eerder richting Nederland en ook het koppel had een ticket naar Thailand geboekt, dus ik wilde voorkomen dat wanneer we de verkoop tot het laatste moment uit zouden stellen, ik uiteindelijk met Franky zat opgescheept zonder geld op mijn bankrekening. Maar gelukkig ging dit allemaal erg voorspoedig. Na het uploaden van een advertentie op verschillende internetpagina’s had ik al meerdere reacties. Uiteindelijk heeft een Frans groepje jongeren onze auto overgekocht en hebben we zelfs nog een mooie $100 winst gemaakt!

sdr

Omdat we Franky hadden verkocht en we dus niet meer in hem konden slapen, hebben we de laatste paar dagen met zijn vieren in een hostel verbleven. Het koppel was helemaal into the Pokémon Go (is dat ook zo’n enorm populair in Nederland?) en was de laatste dagen voornamelijk bezig met het vangen van Pokémon op hun telefoons in en rond Darwin. Kimberley en ik hebben lekker gechilld, zijn voor een (eerste en?) laatste keer uit eten geweest (nog bedankt, schatteke!), hebben nog een boottocht gemaakt door een rivier met zoutwater krokodillen (indrukwekkend!) en hebben toen uiteindelijk afscheid van elkaar gekomen. Gedverdikkie. Ik wilde niet huilen, probeerde het in te houden tot op het laatste moment, maar uiteindelijk barstten de tranen toch nog los. Ik wil verdorie geen afscheid meer nemen. Van niemand niet. Maar gelukkig hebben we een (wat mij betreft) supertijd gehad. Kim, super enorm bedankt dat je bent gekomen! Je bent echt een geweldige vriendin! Ik mis je!

DCIM101GOPROGOPR1738.

Toen Kimberley was vertrokken heb ik nog twee nachten in mijn eentje in Darwin verbleven. Het leuke is dat ik hier Nicolina (waar ik in Nieuw Zeeland en de Filippijnen gereisd heb) weer tegen ben gekomen die in de tegengestelde richting rond Australië trok. We hebben nog wat leuke dingen gedaan (samen met haar reisgenootjes) en lekker bijgekletst.

En toen was het tijd voor een totaal nieuw avontuur: werken als au-pair/farm worker op een boerderij met paarden in Clarkefield, een uurtje (met de auto) verwijderd van Melbourne, voor drie maanden! Tijdens het bereizen van de Westkust heb ik voor verschillende banen gesolliciteerd en uiteindelijk heb ik er één gevonden in Victoria. Poeh, aan de ene kant keek ik ernaar uit,  maar aan de andere kant ook weer niet. Dat zou weer wennen zijn.. Werken na zo’n lange tijd. En dan ook nog in de kou! Het was namelijk winter in Australië en Victoria is dan zo ongeveer de koudste zone waar je je kunt bevinden rond die tijd. Vooral aangezien het in Darwin heerlijk vertoeven was, met een temperatuur rond de 30 graden..

Op zaterdagavond/-nacht heb ik een vlucht van zo’n drie á vier uur genomen richting Melbourne. Het was een nachtvlucht, dus de ochtend erna kwam ik rond 7 uur totaal gebroken en verschrikkelijk moe aan op de airport. Met mijn bazin had ik via de sms al een paar weken contact en ondanks dat ze me vertelde dichtbij de airport te wonen, adviseerde ze me een taxi te boeken van rond de vijftig dollar, zolang ik maar niet voor 9:30 uur voor de deur stond, want dat was te vroeg op zondag… En aangezien ik niet helemaal van de ratten besnuffeld ben en ik mijn geld momenteel wel voor betere doeleinden weet te gebruiken, stelde ik haar voor dat ik wel zo dicht mogelijk bij de boerderij zou proberen te komen per openbaar vervoer en of ze me dan misschien het allerlaatste stukje op zou kunnen halen. Aangezien het geen gemakkelijke verbinding was zou ik er sowieso niet voor 10 uur ’s ochtends zijn. Dat was ook prima zei ze, maar uiteindelijk stuurde ze me zo’n tien minuten later een sms’je dat ze me wel gewoon op zou komen halen rond 9:30 uur. Ik wist nog niet goed wat ik er allemaal van moest vinden, maar het was een wat bijzondere start.

En het bleek ook wel een wat bijzondere familie, want in de daarop volgende drie maanden heb ik een zeer bijzondere tijd gehad. Ik weet niet eens goed te omschrijven hoe ik het heb ervaren. Zowel leuk als vreselijk kan ik het niet echt noemen. Ik heb absoluut geen spijt van mijn keuze hier te gaan werken, aangezien ik een hoop heb geleerd over zowel mijzelf en bijvoorbeeld mijn doorzettingsvermogen. Maar ook zie ik het als een hele waardevolle ervaring om veertien weken lang deel uit te hebben gemaakt van een Australische familie, ondanks dat ze het zelf misschien niet eens heel graag wilden. Ik vind het dan ook  moeilijk om deze drie maanden kort samen te vatten. Maar toch ga ik een poging doen.

Eenmaal aangekomen op de farm bleek ik in een klein huisje, ofwel ‘de cottage’ voor mezelf te hebben die zich bevond in het midden van een paddock naast de kippenren, vol in de enorm sterke en strenge Victoriaanse winterwind. Voorheen was het een geitenstal, die anderhalf jaar geleden was omgebouwd tot ‘the cottage’ en tijdelijk werd gebruikt als farmstay voor mensen die het leuk vinden om te kamperen op een boerderij. Het bleek een slecht geïsoleerd huisje te zijn, alhoewel het volgens mijn bazin voor Australische begrippen zeer goed geïsoleerd was (Aletta, niet zeuren!), met wel twee kleine elektrische wandkacheltjes. Nou, dat was even slikken. Het was hartje zomer in Nederland, maar hartje winter in Victoria, en ik bevond me dus in Victoria. En ik denk dat het haast niet voor te stellen is als je het zelf niet hebt meegemaakt.. Maar het was, bere-, bere-, BEREKOUD! Zonder schoeisel kon ik me niet door de cottage verplaatsen want dan deden mijn voeten gewoon pijn van de kou. Ook kon ik niet op de bank zitten zonder een long sleeve shirt, een vest, een trui, mijn regenjas én een ander jack. En zelf als ik dat aanhad was het eigenlijk nog steeds te koud om comfortabel tv te kijken. Dit deed ik dan ook niet. Wanneer ik klaar was met werken nam ik een warme douche (die maar twee minuten warm was en vervolgens ijskoud werd), schoof ik mezelf in mijn thermokleding (Godzijdank had ik die bewaard na Nieuw Zeeland), mijn pyjama, mijn vest, mijn trui, mijn -5 bestendige slaapzak, mijn bed, met twee dekens en een quilt, en bivakkeerde ik daar tot de volgende ochtend aanbrak en ik me weer klaarmaakte voor een dag werken.

Het was best even doorbijten, want naast dat het zou enorm koud was, was ik ook helemaal alleen. Nu vond ik dat de eerste twee weken heerlijk, want ik ben wel een persoon die kan genieten van mijn eigen company, maar omdat ik  niet kan zeggen dat ik een enorm goede relatie had met de familie waar ik me bevond en ik niet iemand had om mijn frustraties en gedachtegang mee te delen, vereenzaamde ik een beetje en heb ik me echt zo nu en dan wel even heel erg rot gevoeld.

De familie bestaat uit een 40 jarig koppel, een 15 jarige zoon en drie dochters (11, 9 en 6 jaar). Vaders werkt voor de federal police en is onder andere met regelmaat één van de body guards van de priminister en meestal van huis, moeders is huismoeders en heeft een kleine paardentrailer business (importeert trailers uit China, plakt er een sticker op met haar eigen handelsmerk en verkoopt ze vervolgens aan particulieren, gelooft er heilig in dat dit haar 40 uur werken per week kost en vertelt dit ook heel graag aan mensen/buren/vrienden en mij, maar ziet niet helemaal in dat zitten op de bank vanaf 15:00 uur met de benen omhoog en een glas wijn in haar handen terwijl farmworker Aletta het huis schoonmaakt, de kinderen in bad doet en de was opvouwt, niet zozeer valt onder ‘werken’), zoonlief zit op de high school en bevindt zich daarnaast alleen in zijn slaapkamer om te gamen en de drie dochters zitten op de basisschool en zijn strontverwend. De jongste twee dochters hebben allebei een pony, waarvan de één na jongste het eigenlijk helemaal niet leuk vindt om pony te rijden. Echter heeft moeders altijd liefde gehad voor paarden maar mocht ze er nooit één toen ze jonger was en heeft ze drie jaar geleden dan ook goed gebruik gemaakt van de kans om een boerderij te kopen (met het geld van manlief) en 15 paarden aan te schaffen, waarbij ze haar kinderen opzadelt met haar eigen liefde voor paarden.. Echter na altijd in de stad te hebben gewoond, viel al het werk dat er op een boerderij bij komt kijken een beetje tegen.. En aangezien ze liever zo min mogelijk geld aan farmworkers besteden, nemen ze het er goed van dat hun postcode valt onder een ‘regional address’ waarbij ze backpackers in dienst kunnen nemen (zoals ik) die wanhopig op zoek zijn naar een farmjob voor een tweede jaarsvisum, omdat hun huidige visum bijna verloopt en ze dus geen andere optie zien dan werken op een boerderij waarbij je bijna niets betaald krijgt ($300,- per week voor 40 uur werken, exclusief voedsel) en je doodvriest wanneer jouw drie maanden toevallig net in de winter vallen :).

Maar om niet alleen maar negatief te zijn: ik heb er ook enorm van genoten! Want wat was het heerlijk om weer lekker door de weilanden te struinen, ook al was het meestal met een enorm zware onkruidspuit op mijn rug, waarbij de banden in mijn schouders sneden en ik kramp in mijn handen kreeg van het knijpen in het spuit handvat, of wanneer ik urenlang, dagen achter elkaar grote onkruidplanten er handmatig uit moest trekken wanneer ze te groot waren voor het groeimiddel en de grond eigenlijk te hard was om ze er met wortel en al uit te krijgen (rugpijn!). En wat was het heerlijk om weer omgeven te zijn met paarden, ondanks dat ik er niet op mocht rijden en ik grotendeels mijn tijd besteedde aan het opscheppen van hun poep uit de paddocks.. En wat was het heerlijk om weer de geur van horsegear te ruiken (leer), ook al was dit vooral wanneer ik de trailer in en uit moest laden voor mijn bazin, of het paard/de pony’s aan het opzadelen/afzadelen was voor moeders en de kinderen omdat ze zelf te verwend en te lui zijn om mij daarbij te helpen..

Maar niet alleen bestonden mijn jobs uit bovenstaande. Ook was ik au pair! En dat past natuurlijk wel een beetje bij mijn achtergrond: werken met kinderen/maatschappelijk werk/jeugdbescherming, maar dan anders. S’ochtends als moeders uitsliep hielp ik bij het klaarmaken van het onbijt en de lunches van de kinderen, had ik behoorlijke woordenwisselingen met de kinderen om puur en alleen het aantrekken van hun schooluniform of het uitschakelen van de televisie,  en moet ik vervolgens het gejammer aanhoren dat ze niet wilden dat ik hen naar school bracht maar dat moeders dat moest doen. Tsja, sorry kids, ik ben nou eenmaal recht voor zijn raap en zeg waar het op staat, dus ik accepteer geen brutaal gedrag en laat dat ook goed weten. En ik kan het ze niet kwalijk nemen hoor, absoluut niet. Stel je eens voor dat er elke drie maanden een andere au pair voor de deur staat met andere regels, normen en waarden en grapjes (ik ben vaak aangekeken alsof ik gek was wanneer ik tijdens het naar school brengen of ophalen van de kinderen luidkeels meezong met de muziek zonder de lyrics te weten of me voordeed als piloot waarbij ik hen aansprak als the cabine crew, netjes vroeg hun seatbelts the fasten, na de driveway uit te zijn gereden en aangekomen te zijn op de openbare weg the start off in te zetten, waarbij ik na het opstijgen de weersomstandigheden mededeelde met mijn vanuit de cockpit microfoon stemmetje).

Al met al was het een hele ervaring en is het echt onmogelijk om alles op te noemen wat er is gebeurd. Zo was het elke ochtend weer een verrassing of mijn bazin in een goede mood was of niet en of ik als slaaf afgeblaft zou worden of een uitnodiging kreeg voor dinner waarbij ik daarna ook nog mocht blijven om, natuurlijk onder het genot van een glaasje wijn, want daar houdt ze wel van, een filmpje met haar te kijken.. Daarnaast heb ik tijdelijk nog een superleuke hilarische huisgenoot uit Frankrijk gehad, die bij mij in the cottage bivakkeerde omdat we samen  ‘the new house’ hebben afgemaakt waar vaders al een jaar in zijn vrije tijd in aan het bouwen was en die per se af moest zijn vóór de verjaardag van moeders, want ze wilde zo graag een superdeluxe vier gangen diner organiseren voor haar 40 jarige verjaardag.. En zo heeft mijn huisgenoot alle plastering en tegeling gedaan en heb ik alles vervolgens zo’n honderdduizend keer geschuurd en geverfd..

Maar na er twee maanden te hebben verbleven en ik me toch wel steeds meer op mijn gemak voelde bij de familie, ik een stuk betere band met de kinderen had gekregen (best wel een hele goede band zelfs) en ik zelfs zo nu en dan lol had met mijn bazin, kon ik haar wisselende humeur steeds slechter hebben. En zo, toen ik weer eens in mijn vrije tijd op stel en sprong klaar moest staan om iets voor haar te fixen wat niet eens mijn fout was, maar ze dit wel op mij afreageerde alsof het mijn fout was, heb ik haar (voor een tweede keer) op een nette manier gevraagd mij dingen op een even nette manier te vragen, omdat ik het geen probleem vind haar te helpen, zelfs niet in mijn vrije tijd, maar het niet mijn fout was dat het gefixt moest worden en ze mij wel het gevoel gaf dat dit het was.. En dat was een opmerking op precies het verkeerde moment. Ze ontplofte letterlijk, schreeuwde ‘the shit out of me’ en gebruikte hierbij zeer onaardig taalgebruik, gaf aan dat ik ontslagen was en kon vertrekken. En niet alleen ik, maar ook mijn huisgenoot! Ondanks dat ik hierop zelf ook wat onaardig taalgebruik heb toegepast, wist ik vervolgens te kalmeren en te relativeren, gezien het feit ik nog maar één week nodig had voor mijn visum en ik geen andere mogelijkheid zag dan er langer te blijven..

Om een lang verhaal  minder lang te maken.. We hebben uiteindelijk een ‘goed’ gesprek gehad en ik kon blijven tot het voltooien van mijn visum. Echter was dit met gemengde gevoelens, aangezien ik me nog nooit eerder in mijn leven echt gediscrimineerd heb gevoeld, maar ik me dit zo nu en dan absoluut wel voelde op deze farm. En zoals ik al zei heb ik hier dan ook veel van geleerd en kijk ik er toch op terug met goede herinneringen en durf ik zelfs te zeggen dat ik het simpele boerderijleven en mijn leventje in de cottage die – toen het eenmaal lente was – voor absoluut een heerlijk verblijf zorgde (met zijn prachtige views en het veelal fungeren als mijn yoga en healthy life style kookstudiootje) best wel eens een heel klein beetje mis (ik ben tegenwoordig zoveel als mogelijk (semi) vegetariër, gluten-, suiker- en melkproductvrij).

En zoals elk avontuur tijdens mijn travels kwam ook dit weer tot een einde, wat betekent dat ik een vlucht heb geboekt en me eindelijk weer in de Gold Coast bevind met een (deel van) mijn Braziliaanse vrienden. Hier ga ik de komende tijd eerst even lekker vakantie vieren en vervolgens weer op zoek naar een baan, gezien het feit ik niet enorm veel geld heb kunnen sparen tijdens mijn slecht betaalde baantje in Victoria.

Tot zover weer een update lieve mensen! Tot spreeks!

X Aletta

Shit, shitterdeshitshit. Maar toch ook óh zo leuk!

G’day!

Daar ben ik eindelijk weer na een lange tijd radiostilte.. Ik kwam erachter dat ik mijn laatst geschreven blog nooit meer heb geüpload, en aangezien dit avontuur al zo’n drie maanden geleden heeft plaatsgevonden maar ik het zonde vind om het niet te delen, doe ik het toch nog maar even. Ondertussen ben ik dus

allang weer ergens anders en ik heb me voorgenomen de komende dagen te gaan zitten om wat te schrijven over mijn recent beleefde avonturen, maar voor nu moeten jullie het even doen met onderstaande.

_______________________________________________________________________________________

Begin juli 2016 – geen flauw benul welke dag precies.

Al zittend op de grond, leunend tegen de achterkant van onze eigenste prachtige donkergroene Honda CR-V four wheel drive genaamd Franky, in de ‘berm’ van de welbekende Gibb River Road dat niet eens echt een berm te noemen is aangezien het één brede zanderige en vooral stoffige landweg betreft boordevol keien en stenen – pruttel ik een laatste restje koffiemodder uit dat zich op de bodem van mijn grote rode plastic koffiebeker heeft weten te ontwikkelen, alvorens het zich met het tot mij nemen van de laatste slok koffie – bereid op onze tweedehands één-pits campingstove – op mijn tong nestelde. In het laatste uur zijn er zo’n vijf auto’s langs gesjeesd. De meesten afremmend en/of stoppend om te vragen of we ‘alright’ waren en een paar ons gewoon negerend, waardoor er telkens een enorme stofwolk opdoemt en vervolgens op mij, Franky en in mijn grote rode plastic koffiebeker neerdaalt.

Gestrand…

.. Middenin de woestijn.

Maar hierover later meer, want voordat ik jullie het voorafgaande van dit spannende avontuur verklap, ga ik natuurlijk eerst verder met waar ik gebleven was in mijn vorige blog: de start van mijn reis aan de Westkust in Australië met mijn bestie Kimberley.

 img_20160608_195644

Zoals ik al had verteld was het geweldig leuk en fijn om Kimberley weer te zien. Nadat ik haar eindelijk om haar hals had gevlogen zijn we lekker gaan eten bij de Hungry Jacks (de Burger King in Australië). Ik had al een lange tijd geen frietjes meer gegeten, dus dat was volop genieten. We raakten natuurlijk niet uitgepraat, maar omdat het al laat werd moesten we toch maar eens naar ons hostel vertrekken. We hebben (lekker luxe) een taxi geboekt en eenmaal in het hostel aangekomen bleek dat we ons 6-bed dorm helemaal voor onszelf hadden. Perfect! Zo konden we de hele nacht onbeperkt kletsen zonder anderen tot last te zijn. En dit bleken we ook echt wel even nodig te hebben.

De eerste paar dagen zijn we vooral druk geweest met het organiseren van onze reis. We wilden eigenlijk andere backpackers vinden met een auto zodat we mee konden rijden op basis van fuel sharing, maar omdat Kimberley natuurlijk niet alle tijd van de wereld heeft wegens haar werk in Nederland, hadden we ‘maar’ 3,5 week om onze reis up North te maken. En aangezien de meeste backpackers hier, net als ik, over een jaarsvisum beschikken, nemen ze graag de tijd en is 3,5 week toch wel aan de krappe kant om alles te kunnen zien. Het vinden van een rideshare werd dus een lastige opgave. En om die reden gingen we maar over op plan 2: het huren van een auto en zelf maatjes vinden die met ons mee wilde reizen. Maar het werd al snel duidelijk dat ook dat plan niet ging werken. Want aangezien je voor de Westkust toch wel een four wheel drive nodig hebt om off-road te kunnen en ook daar de mooiste plekjes te kunnen bezichtigen, wilden we natuurlijk per se een four wheel drive. En deze zijn natuurlijk ook extra duur in de huur. De goedkoopste auto die we konden vinden was zo’n AUS$5000,- door de one-way-fee die de huurprijs ongeveer verdubbelde, dus dat feestje ging ook niet door. En dus na lang wikken en wegen hebben we uiteindelijk maar besloten om een auto te kopen. Mijn eerste eigenste auto hier in Australië! Spannend, maar wel heel leuk.

We begonnen wat haast te krijgen omdat de tijd toch wel begon te dringen en we al langer in Perth waren dan gepland, dus hebben we uiteindelijk maar twee auto’s bezichtigd en de tweede gelijk gekocht. Eigenlijk wilden we de eerste auto die we bezichtigden, maar met het (kleine) beetje kennis dat dat we ooit door onze papa’s hebben opgedaan, is het eerste wat we deden: olie en koelvloeistof checken. En van beide zat er dan niets, maar dan ook echt niets meer in. Die arme jongen was zich van geen schuld bewust en dacht dat het voldoende was om alleen een check en olievervanging te doen na elke gereden 10.000 kilometer! Tsja, het was een prima auto voor een goed prijsje, maar we vonden het toch wel een groot risico, dus hebben we bedankt. De tweede auto zag er een hoop ruiger uit (behoorlijk wat hagelschade en een flinke deuk in de rechter voorkant), maar aangezien we een goed gevoel hadden bij de eigenaar, alles er aan de binnenkant en onder de motorkap netjes en verzorgd uit zag de banden er op zich ook nog redelijk mee door konden, besloten we nog een $100 dollar af te dingen en hem te kopen. Hoppa, $2300 betaald voor een mooie Honda four wheel drive uit 1999 met ‘maar’ 240.000 km op de teller, twee reservebanden en met de naam Franky! Yes! We denken een goede deal te hebben gesloten en menig backbacker/Australiër blijkt het tot nog toe met ons eens te zijn.

davsdr

En zo startte onze zoektocht naar reismaatjes omdat het toch wel een hoop geld zou schelen. Een oproepje geplaatst op de ‘Perth backpacker’ Facebookgroep (Petra, ik kan me bijna niet voorstellen om te reizen zonder telefoons, internet en Facebook!) en al snel vonden we een Amerikaans Koppel, Kady en Chase, die wel met ons meewilden. Voor vertrek nog even met onze Franse vriend Axel, die we hadden ontmoet in het hostel, naar Rottnest Island geweest (weer lekker gekotst op de boot) en daar heerlijk rondgefietst en genoten van de mooie stranden en het mooie weer. Nog een paar leuke selfies gemaakt met de quakkas die alleen op dit eiland leven (súper schattig, zie foto) en bang gemaakt door onze taxichauffeur naar en van de ferry terminal, die ons in geuren en kleuren vertelde dat er zo’n vier weken terug in Perth op twee verschillende dagen in één week tijd een vrouwelijke 60-jarige duikster en een mannelijke middle-age surfer volledig waren opgepeuzeld door een witte haai. Ja, het gebeurt dus echt in Australië. Meneer vertelde dat er door de overheid serieus wordt nagedacht om de haaienjacht weer te legaliseren omdat de oceaan steeds leger raakt door de overbevissing, er steeds meer haaien komen doordat ze momenteel nog een beschermde diersoort zijn en er dus niet op gevist mag worden, en ze dus ook steeds dichter bij de kust op zoek gaan naar voedsel, wat maakt dat er zo nu en dan dus een mensenleven op het menu staat.

dav

Afijn, we hebben heerlijk genoten op Rottnest Island – echt een prachtig eiland met beautiful beaches – en kort daarna startte ons avontuur in Western Australia up North towards Darwin!

We hebben het Amerikaanse stel van het vliegveld opgehaald en het begin van onze reis verliep dan ook voorspoedig. Al was het nogal frisjes onderin het land waardoor het ’s nachts behoorlijk afkoelde.. Voor Kimberley, die een super warme dubbelwandige legerslaapzak tot haar beschikking had maar daarvan maar de helft had meegenomen om ruimte in haar tas te besparen, was dit nogal frisjes. Of zeg eigenlijk maar gewoon: berekoud. We zijn daarom dus nog maar even snel gaan shoppen voor een extra slaapzak, want het arme kind moest al zo wennen aan het slapen in de auto op zich (wat een geklaag!), laat staan met bevroren ledematen! Maar ze raakte redelijk snel gewend en uiteindelijk viel het allemaal ook best wel mee, toch Kim?

img-20160709-wa0004

We gooien elke avond de voorstoelen plat, leggen daar ons tweepersoons luchtbed bovenop en kunnen dan net een soort van uitgestrekt liggen met onze voeten bovenop het dashboard. Het koppel slaapt in een tentje naast de auto, weliswaar zonder luchtbed, met wel drie dunne fleecedekentjes die ze uit een tweedehands winkeltje hebben opgehaald. En aangezien het echt berekoud was de eerste paar nachten, waren ze dan ook niet te genieten. Voor hen moet het volgens mij ook onmogelijk zijn geweest om ook maar één oog dicht te doen, want het was echt, maar dan ook echt koud. Uiteindelijk hebben we ze meerdere keren aangeboden om langs een winkel te rijden om wat warmers te kopen, en na drie nachten vrieskou hebben ze dan ook eindelijk besloten een extra deken te kopen, maar vanwege het krappe budget waar ze op reizen wilden ze er niet meer geld aan besteden. Oké, prima, maar ik had echt wel een extra twintig dollar (lees 15 euro) over gehad om op zijn minst een luchtbed te kopen en wat comfortabeler en warmer te kunnen slapen.. Maar ieder natuurlijk zo zijn eigen keuze.

dav

Op zich hebben we het hartstikke gezellig (Kimberley en ik vooral), maar het koppel is wat stilletjes en behoren niet helemaal tot mijn type favoriete mens. Kimberley is wat gemakkelijker dan ik en kan zich overal ook wat gemakkelijker overheen zetten, maar ik heb zo nu en dan wel mijn frustraties waar ik soms moeilijk vanaf kom aangezien we 24 uur per dag met elkaar in de auto zitten en het ’s avonds vaak te koud is om lekker buiten ons eigen ding te doen, wat maakt dat we ook dan met zijn vieren in de auto zitten en ik moeilijk wat tijd voor mezelf kan creëren om op adem te komen. De reden dat het niet geweldig goed klikt is onder andere dat ze dus erg op de centen zitten wat op zichzelf geen probleem is, maar wat wel wat vervelend begint te worden op het moment dat wij ons ontbijt en fruit maar apart betalen omdat zij liever niet ontbijten en fruit eten om geld te besparen, maar vervolgens wel allerlei snoep en snacks zonder overleg bij de gezamenlijke boodschappen gooien, het vervolgens met zijn tweeën opeten zonder ons ook maar iets aan te bieden en daarnaast ook nog eens zakken met pasta opkoken om als ontbijt te gebruiken (wat dus betekent dat dat niet meer gebruikt kan worden voor het gezamenlijke betaalde diner).

Anyway, waar je je als backpacker wel niet druk om kan maken.. Genoeg negativiteit, want meestal hebben we het ook gewoon heel gezellig, speelt Chase lekker op zijn Ukulele, zingen we liedjes met elkaar en spelen we zo nu en dan een leuk spel.

Vanuit Perth zijn we omhoog gereden naar de sanddunes. Enorme zandduinen waar je met je four wheel drive overheen kan crossen. Dit hebben we helaas niet gedaan aangezien we nog niet wisten hoe we onze four wheel drive aan konden zetten (uiteindelijk blijkt dit vanzelf door de auto te worden gedaan op het moment dat het grip verliest). Dus zijn we doorgereden naar de pinnacle dessert onder het mom van: dan doen we het daar toch?! Maar helaas had er nogal wat regenval plaatsgevonden waardoor de track gesloten was en het feest dus niet doorging. The pinnacles dessert is een stuk landschap met allerlei dunne, puntige rotsen die uit de grond steken. Ze zijn er nog steeds niet achter hoe dit precies is ontstaan. Wel ook erg gaaf om tussendoor te wandelen.

 img_20160615_195217dav

Daarna zijn we door het Kalbarri national park gereden waar we de mooie Natures Window hebben gezien, zijn we bijna zonder brandstof komen te zitten (het koppel heeft ervoor gekozen om de brandstof te betalen omdat zij de andere kosten niet wilden delen, wat maakt dat ze erg selectief in gasstations zijn vanwege de hoge prijzen in de outback) en we een heel eind terug hebben moeten rijden om het dichtstbijzijnde tankstation te vinden. Vervolgens hebben we onze weg vervolgt richting Monkey Mia. In Monkey Mia hebben Kimberley en ik een hotelkamer geboekt vanwege mijn verjaardag. Dit was echt heel erg genieten in dit mooie resort. Echter wilde het koppel hier geen geld aan besteden, dus besloten zij gewoon te kamperen. Maar toen Kim en ik onze hotelkamer inkwamen bleken er vier bedden te staan! Tsja, wat doe je dan? Aardig zijn en die andere twee bedden aan je reisgenootjes aanbieden, stiekem in de hoop dat ze een klein stukje van de prijs mee wilden betalen.. Ze waren (natuurlijk) erg blij met ons aanbod en maakten er ook zeer graag gebruik van (logisch, als je normaal gesproken in een tentje op het grove grind slaapt omdat je geen luchtbed wil kopen).. Maar helaas kwam dat ‘klein stukje mee betalen aanbod’ niet aan de orde. Misschien hadden we hier duidelijker in moeten zijn, maar ergens hoopten we toch wel op een klein beetje meedenkendheid. Anyway, mijn verjaardag was top! We hebben lekker gepicknickt op het strand met wat lekkere snacks (cadeautje/verrassing van het koppel en Kimberley wat dan wel weer heel erg lief was) en hier de, tot nu toe, mooiste zonsondergang ooit bekeken. In Monkey Mia zitten geen Monkeys (überhaupt niet in Australië), maar wel een hoop dolfijnen. En dus ’s avonds toen de zon onder was kwam er een dolfijn een kijkje nemen. Hij zwom maar een paar meter van de kant af: zo gaaf!

Na Monkey Mia zijn we richting Coral bay gegaan. Coral bay grenst aan het Ningaloo Reef. Blijkbaar een nog mooier rif dan het Great Barrier Reef. Maar omdat we er pas laat op de dag aankwamen en we dus wat haast moesten maken op de trip, besloten we door te rijden naar Exmouth aangezien dit ook aan het rif grenst en je daar ook kan snorkelen (onder andere met walvishaaien). Zo gezegd zo gedaan. En omdat we ondertussen hadden uitgevonden hoe de four wheel drive werkt, bedachten we de off-road route te pakken, wat ons uiteindelijk mooie landschappen en minder kilometers op zou brengen. Maar helaas pindakaas, na drie uur door de bagger te hebben gereden, al zuchtend en met mijn handen voor de ogen slaand vanwege de niet zulke goede rijvaardigheden van ons vrouwelijke Amerikaanse reisgenootje die de hele zijkant van Franky onder heeft laten krassen door continu de prikkelbossen uit de berm langs de auto te laten schrapen, bleek dat we een enorme rivier moesten crossen vanwege een cycloon een lange tijd geleden.. En dat ging hem dus niet worden. Dus daar gingen we weer, all the way back, drie uur lang, op weg naar de sealed road. Balen! En dit maakte dat we tegen de zonsondergang pas aankwamen in Exmouth en we nog steeds niets van al die prachtige stranden en het mooie rif hadden gezien.. Dus vol goede hoop ons snorkeltochtje nog een dagje uitgesteld.. En je raadt het al. De dag erna: REGEN! Met bakken uit de hemel. Hemeltje lief, het was verschrikkelijk! Maarja, omdat we wel rekening moesten houden met een krap tijdschema besloten we onze weg maar te vervolgen naar Karijini National Park (mooiste National park van Australië zeggen ze) om meteen het park in te kunnen zodra de regen gestopt was. Wat een schande.. Ik had me zo verheugd op het snorkelen met whalesharks.. Dat werd hem nu dus niet. Alhoewel.. In het informatie centrum heb ik toch nog een mooi plaatje kunnen schieten.

dav

 En toen dus naar Karijini! Helaas regende het ook daar, dus hebben we een paar dagen in het prachtige Tom Price doorgebracht; een klein dorpje op een half uurtje rij-afstand. Hier konden we in ieder geval douchen en boodschappen doen. Want ja, met zo’n trip door de outback moet je continu rekening houden met opslaan van eten en water op de momenten dat het kan. Zo zorgden we er altijd voor dat we zo’n 20-40 liter water bij ons hadden en deden we boodschappen bij ongeveer elke supermarkt die we tegenkwamen (en dat waren er niet heel veel).

Toen het eindelijk weer mooi weer was hebben we een paar dagen kunnen genieten van Karijini National Park. Wauwie wat was dat gaaf! Hiken door de gorges met aan het einde mooie watervallen, prachtige rotsformaties en adembenemende, sprookjesachtige views. De hikes waren best pittig en zo nu en dan ook best gevaarlijk omdat je over rotsen, door water en over ravijnen moest klimmen, maar zó enorm de moeite waard!

Na Karijini zijn we richting de Gibb River Road vertrokken. Een 660 kilometer lange off road track door de Kimberley Region (ja, echt waar, Kimberley heeft haar naam te danken aan een geweldig stuk landschap) waarbij we een hoop gehobbel en riviercrossings hebben meegemaakt met onze Franky. Dit was echt een geweldig avontuur. Spannend, hobbelig, maar ó zo mooi! Wat ben ik toch verliefd op Australië! Nog meer gorges gezien die eigenlijk nog mooier waren dan de gorges in Karijini National Park.

En dan ben ik eindelijk aangekomen waar ik gebleven was.. Toen we namelijk eenmaal onze weg weer hadden vervolgd richting de bewoonde wereld, zagen we plots een auto langs de kant van de weg staan. Het bleek een gezin te zijn, bestaande uit een stel en twee kinderen, die we een paar dagen eerder op een bush camping hadden ontmoet. Ze hadden een lekke band. Na even afgeremd te hebben of te vragen of ‘Everything alright?’ was waarop meneer zijn duim opstak, begon hij kort daarna plots te zwaaien en wees dringend naar onze Franky. En dus stopten we.. Blijkbaar hadden ook wij een lekke band, maar hadden we het – door het gehobbel- nooit door gehad! Shit! Maar ach, we stonden wel open voor wat avontuur en wie kon ons nou wat maken? Heel zelfverzekerd en met een grijns op onze snoet stapten we dan ook de auto uit, want ja, wij -slimme meiden- weten ons heus wel op onverwachte auto ongemakjes voor te bereiden! We hadden immers een krik, een perfect passende sleutel en wel twee reservebanden. Ha! Maar unfortunately peanutbutter.. Al snel bleek namelijk dat ook de reserveband op onze reservevelg lek was. En we hadden dan wel een tweede extra reserveband, maar hoe krijg je in Godsnaam een buitenband om je reservevelg met alleen maar een krik en een perfect passende sleutel en dus zonder de juiste apparatuur voor dit soort ongein?! Shit! Shitterdeshitshit! Een best pittig probleem, zo’n dikke honderd kilometer verwijderd van het eerst volgende bewoonde stukje Australiëland.

img_20160907_135659
Een bijschrift invoeren

Maar meneer met de lekke band en natuurlijk wel een prachtig uitgeruste auto met de juiste benodigdheden voor zulk soort ongein (maar helaas net niet het stukje apparatuur dat wij nodig hadden), bood aan om onze beide reservebanden mee te nemen, 100 kilometer verderop naar het eerste stukje bewoonde Australiëland te brengen en het daar voor ons te laten repareren en vervolgens mee te geven aan één van de eerste auto’s/campers/travelers die in de tegenovergestelde richting van de Gibb River Road reisden. Dit betekende alleen wel dat we een nachtje aan de kant van de weg moesten bivakkeren. Dus dat hebben we afgelopen nacht gedaan. We besloten vanochtend dat het toch wel verstandig was als Chase naar het betreffende eerste bewoonde stukje Australië-land 100 km verderop zou liften om te zorgen dat onze banden ook daadwerkelijk weer terugkomen, dus Chase is een uurtje geleden bij een onbekende, random, alleen reizende, wat oudere Australiër in gestapt in de hoop dat hij weer levend terugkomt.

Dus daar zit ik dan.. Op de grond, leunend tegen de achterkant van onze eigenste prachtige donkergroene Honda CR-V four wheel drive genaamd Franky, in de ‘berm’ van de welbekende Gibb River Road dat dus niet eens echt een berm te noemen is aangezien het één brede zanderige en vooral stoffige landweg betreft boordevol keien en stenen. Ik pruttel dus mijn laatste restje koffiemodder uit dat zich op de bodem van mijn grote rode plastic koffiebeker heeft weten te ontwikkelen, alvorens het zich met het tot mij nemen van de laatste slok koffie – bereid op onze tweedehands één-pits campingstove – op mijn tong nestelde en wacht rustig af tot Chase weer terugkomt met onze (gerepareerde) autobanden. Kimberley leest een tijdschrift in de auto, Kady kijkt een film of iets dergelijks op haar tablet, ik schrijf hier mijn blog en om beurten verdwijnt één van ons in de (kleine) bosjes om een behoefte te doen.. Chase, kom alsjeblieft snel terug, er is hier geen schaduw en het is bloedje heet!

Van Nieuw Zeeland naar Aussie, van Aussie naar de Filippijnen en van de Filippijnen weer naar Aussie.

Hoi allemaal,

Het werd geloof ik wel weer eens tijd dat ik wat van me ging laten horen. Ik weet echt niet meer hoe ik het best kan beginnen aangezien ik al zo’n vier maanden niets meer geschreven heb. Ruimte en tijd voor de details heb ik dus niet, maar ik kan we globaal een beschrijving geven van waar ik allemaal ben geweest en wat ik zo ongeveer allemaal heb gedaan.

Ik was geloof ik gebleven bij Nieuw Zeeland. In Nieuw Zeeland aangekomen waren papa, mama, Ilse en Alysha daar om me in ontvangst te nemen. Super, geweldig en leuk om ze weer te zien! Ik heb weer erg gelachen om papa’s flauwe humor, van de gesprekjes met mama die je alleen met moeders voert, van Ilse haar gezellig- en zorgzaamheid en van Alysha’s stevige knuffels. We zijn met zijn allen van Auckland (Noordereiland) naar het Noorden gereden (Northland) en weer naar beneden om in de hoofdstad Wellington de ferry te nemen naar het Zuidereiland, om vervolgens door te reizen naar Christchurch.

DCIM101GOPROGOPR1463.

We hadden een heerlijke dikke super-de-luxe Mercedes camper gehuurd wat voor mij voelde als de hemel in reizigersland. Helaas was mama behoorlijk ziek de eerste paar dagen, maar gelukkig knapte ze daarna weer redelijk op en konden we ons avontuur beginnen! Op wat behoorlijke regenbuien na (“Waarom zijn we ook alweer naar Nieuw Zeeland gekomen? We hadden net zo goed in Nederland kunnen blijven, zelfs dáár is het mooier weer!”), hadden we (ik in ieder geval)  het reuze naar ons zin. Nieuw Zeeland is echt een prachtig en adembenemend land met prachtige landschappen en natuur. Wel deed het me op sommige punten ook wel erg aan Europa denken, maar dit kwam denk ik vooral door de groenigheid overal en de weersomstandigheden. Het was wel even flink wennen hoor, van warmte, zonneschijn en zweterijen naar bewolking, regen en bibberijen. Maar we mogen niet klagen, want we hebben ook een aantal hele mooie dagen gehad.

DCIM101GOPROGOPR1592.

Op de weg naar Christchurch hebben we prachtige grotten met glowworms gezien in Waitomo, hebben we alle bijzondere geyserlandschappen in Rotorua bewonderd, zijn we langs enorm veel vinery’s en sheepfarms gereden, hebben we een boottocht gemaakt langs het Abel Tasman National Park waar we prachtige stranden hebben gezien, zijn we in Punakaiki langs de pancakerocks gekomen (wauw!), zijn we het Zuidereiland overgestoken in de richting van Christchurch waar we door een compleet ander (en kouder) berglandschap zijn gereden en waar we een prachtige waterval hebben gezien, hebben Papa, Ilse, Alysha en ik van een bergrivier geraft, zijn we naar een Spa Resort in Hamner Springs geweest om even bij te komen in de natural hotsprings, hebben we in Kaikoura een whalewatching tour gedaan waar we voor het eerst in ons leven deze reusachtige beesten hebben gezien en zijn we uiteindelijk in Christchurch aangekomen om de camper in te leveren en weer afscheid van elkaar te moeten nemen. Yep, je raadt het al: huilen, huilen, tranen met tuiten. Ik had dit van mezelf nooit zo verwacht met afscheid nemen, maar ik ben nog een emotionelere tuttenbel geworden dan ik al was.

Toen ik nog onderweg was met papa en mama was ik al op zoek gegaan naar nieuwe reismaatjes om mijn trip door Nieuw Zeeland mee te vervolgen en dat was al snel gelukt. In Christchurch werd ik dan ook opgehaald door de Italiaans-Duitse Nicolina (29). Hier begon het armoedige kamperen weer met een auto, tent en nog meer bibberijen. Dat was even slikken na dit luxe avontuur met de luxe camper, maar uiteindelijk was ik er ook al snel weer aan gewend. Na de eerste nacht te hebben gekampeerd op een free campspot hebben we de dag erna ons andere Turks-Duitse reisgenootje Mariana (31) opgehaald. Daar ging ik dan: op pad met twee oude dames, nieuwsgierig naar wat we zouden gaan beleven. Omdat de eerste dagen in Christchurch ook enorm regenachtig waren en we eigenlijk weinig konden bezichtigen, hebben we maar gewoon besloten een tattoo te laten zetten (sorry Oma Daniëls, maar hij is echt heel mooi geworden!). Ik zat er al lang over na te denken om er een te laten zetten ter nagedachtenis van mijn reis en omdat een tattoo de eerste tijd niet in de zon mag en die er ook niet door leek te komen in Nieuw Zeeland, leek dit me een perfect moment. Daarnaast wilden Nicolina en Mariana ook een tattoo en kregen we precies op het moment dat we het daarover hadden een perfect aanbod aangeboden via Facebook, dus was het voor ons gevoel meant to be. Nicolina heeft de vorm van Nieuw Zeeland laten tattoeren, Marina een armband om haar arm en ik heb een veer op mijn onderarm. Natuurlijk heb ik een verhaal achter de tattoo en die wil ik best vertellen, maar dat doe ik liever in persoonlijkere sferen. Ik ben er in ieder geval reuzeblij mee en word iedere keer blij als ik ernaar kijk en me bedenk wat voor een geweldige dingen ik allemaal meemaak.

IMAG4016

Met Nicolina en Mariana ben ik van Christchurch weer teruggereden naar Punakaiki (de Pancakerocks), waarna we naar het Zuiden zijn gereden om de gletsjers in Frans Josef en Fox Glacier te bekijken. Ook hebben we rond dat gebied een behoorlijk zware hike gedaan (zeven kilometer up hill richting de kou om te genieten van natural hot pools op de top van een berg: wauw!). Vervolgens zijn we doorgereden naar Wanaka waar we de 30e verjaardag van Nicolina hebben gevierd in het huis van een very easygoing local (AirBnB). Hier even genoten van een warm bed, uitgebreid ontbijt en een douche in een normale badkamer (doorgaans douchen we in zwembaden, sportscholen, tankstations of public showers). In Wanaka ook lekker uit eten geweest, wezen stappen in de avond en de dag erna heerlijk uitgebrakt. Daarna doorgereisd naar Queenstown waar ik mijn Skydive op hoogte van 1500 ft heb gedaan! Wáááh! Supereng, superhoog, superduur, maar superGAAF! Dit was echt een van de highlights van mijn trip (al heb ik er ondertussen al wel behoorlijk veel). Na Queenstown doorgereden naar Milford Sound: ook weer adembenemend. Hier gedoken in het superkoude water met een 7-laags duikpak aan waarbij ik het nog steeds berekoud had, maar wat wel een mooie ervaring was. De omgeving in Milford is vooral geweldig. Enorm hoge steile rotswanden met enorm hoge watervallen. Als je de film Avatar gezien hebt: het deed me hier absoluut aan denken.

Na Milford Sound door the Catlins gereden waar we helaas niet geweldig van hebben kunnen genieten vanwege het weer slechte weer. Ook ben ik hier mijn GoPro camera verloren wat een behoorlijke domper was omdat ik lang niet alle foto’s en video’s op mijn computer had opgeslagen. Hier dus aangifte van moeten doen bij de politie die niet erg behulpzaam bleek te zijn en maar hopen dat iemand zo eerlijk is hem terug te brengen. Helaas is dat tot nog toe nog steeds niet gebeurd, dus die hoop heb ik onderweg verloren. Via the Catlins zijn we naar Dunedin gereden wat ook een leuk stadje is, maar aangezien ik zelf niet zo’n stadtenmens ben vond ik het niet erg om weer door te trekken. Onderweg richting Mount Cook enorm prachtige lakes gezien (o.a. Lake Pukaki: op de foto’s lijkt de kleur bijna nep!), waarna we naar het kleine dorpje Tekapo zijn gereden.

20160330_151355

Hier hebben we een bijna-dood-ervaring mee gemaakt gezien een Frans Canadees bedacht zijn auto in het holst van de nacht midden op te tent van Mariana en mij te parkeren terwijl wij daarin lagen te slapen. Supereng! Godzijdank was er een metalen draad wat een hek moest voorstellen die zijn kleine autootje heeft weten tegen te houden. Anders waren we nu zeker te weten zo plat als een dubbeltje geweest en had ik hier niet meer een verhaal kunnen typen. Na hiervan ook weer aangifte te hebben gedaan bij de politie (wat nogal lastig was omdat we in the middle of nowhere aan het parkeren waren en we geen bereik hadden om de politie te bellen), is er uiteindelijk in een rechtszaak besloten dat we alle drie (Nicolina was een geluksvogel aangezien ze niet eens in de betreffende tent lag) een schadevergoeding van$500 dollar kregen (zo’n €320). Dat was wel welkom! En ook wel verdiend, aangezien ik de eerste paar nachten doodsangsten uitstond als ik een auto hoorde langsrijden/opstarten terwijl we lagen te slapen.

20160310_002538
Anyway, we leven nog waar ik heel dankbaar voor ben, dus hebben we onze trip weer vervolgd naar Christchurch. Hier nog dingen bekeken die we op de heenweg niet hadden bezichtigd en vervolgens via Kaikoura richting Picton naar Nelson gereden, waar we Mariana hebben afgeleverd bij een jongen waar ze onderweg verliefd op was geworden. Nicolina en ik zijn toen samen doorgereden naar Golden Bay waar ik ook weer zo’n geweldige ervaring heb mogen beleven. We hebben bij een vriend, Savitry, van Nicolina bovenop een berg (7 km up hill met de auto) gelogeerd. Savitry is zijn spirituele naam die hij in India heeft gekregen nadat hij daar een yoga ashram heeft bezocht, en heeft op zijn stuk land (ofwel, zijn grote berg) een houten huisje gebouwd met nog een aantal houten hutjes eromheen die hij verhuurd (lijkt een beetje op Hobbiton). Hij leeft hier met zijn hond, een buitendouche en een buitentoilet (ofwel, een gat in de grond met een ton eronder), wekt stroom op door de rivier die van de berg naar beneden stroomt en warmt zijn douche op met solarpanels. Primitief, maar oh wat een geweldig mooie plek met een geweldig uitzicht! Helemaal los van de buitenwereld en gewoonweg genieten van de natuur. Ik heb nog nooit zo’n lekkere (koude) douche gehad, in de buitenlucht, in het ochtendzonnetje, met het mooiste uitzicht dat je je kunt bedenken. Echt w-a-u-w.

20160403_11450520160403_11395220160403_093720

Na hier een paar dagen te hebben verbleven en nog even de yoga ashram te hebben opgezocht waar Nicolina voorafgaand aan de trip twee maanden had verbleven, zijn we via Nelson weer terug naar Picton gegaan om een kayaktour te doen en vervolgens met de ferry naar het Noordereiland en de hoofstad Wellington te gaan. Hier een paar dagen bij een andere, Italiaanse, vriend van Nicolina in huis verbleven. Heerlijk gelachen, gekookt en onze laatste dagen met Mariana doorgebracht die van Nelson naar Wellington met het vliegtuig was gekomen. Hierna ging zij met de bus naar Auckland om vervolgens naar Bali te vliegen. Het was weer een emotioneel afscheid aangezien we prachtige momenten hebben meegemaakt/gedeeld. Bijzondere, diepgaande en leerzame gesprekken hebben gevoerd over bijna alles wat je je kunt bedenken en hierbij dan ook een mooie vriendschap hebben opgebouwd. Gelukkig woont ze in Duitsland, dus is de kans groot dat we elkaar nog weer eens zien. Vanaf hier ging ben ik met Nicolina doorgereisd naar het warmere Noorden, via Napier naar Rotorua, waar we een Maori dinner show hebben bijgewoond. De Maori’s zijn de natives van Nieuw Zeeland en hebben ons in deze show van alles over hun cultuur geleerd. Erg interessant en met name de dansen waren heel bijzonder en gaaf om te zien. Onderweg nog heerlijk in de Kerosine Creek (natural hotpool/rivier) gebadderd, wat echt een van de leukste dingen van Nieuw Zeeland is vind ik zelf, en doorgereden naar The Coromandel. Hier werd het weer pas echt weer heerlijk warm en hebben we heerlijk kunnen genieten van de adembenemende stranden in dit gebied. Vervolgens onze weg vervolgt naar Auckland waar ik een kennis vanuit Nederland, Rutger, heb opgezocht. Lekker wezen stappen samen en vreselijk gelachen. Het was heerlijk om weer even Nederlands te kunnen praten, ook al leek het grotendeels van de tijd nergens naar omdat we beide alles aan het mixen waren met Engels. In Auckland hebben we een kennis van Nicolina opgepikt die met ons mee is gereisd naar Northland. Hier hebben we gecouchsurfd bij een heerlijk hyperactieve, maar easygoing Nieuw Zeelandse vijftiger, die single (net als alle vrienden in zijn vriendengroep) elke dag erop uitging om met zijn vrienden te waterskiën, vissen, mountainbiken, barbecueën of wat je ook maar voor actiefs kunt bedenken. Erg grappig om een groep mannen van deze leeftijd zoveel tijd met elkaar door te zien brengen zonder partner, maar ook echt verschrikkelijk te zien genieten van het leven. Voor mij was hij wat tè actief aangezien hij helemaal onrustig werd als hij even niets te doen had en ons continu wilde vermaken wat voor mij niet per se hoefde, maar we hebben een geweldig gezellige paar dagen gehad. Zo heb ik bijvoorbeeld zelf mijn vis gevangen, schoongemaakt, klaargemaakt en opgegeten: heer-lijk!

IMG_20160423_154833.jpg

Na het couchsurf-avontuur hebben we Chelsea achtergelaten in Northland aangezien zij daar nog langer wilde rondreizen en zijn Nicolina en ik naar Auckland gegaan om onze trip van anderhalve maand in Nieuw Zeeland te beëindigen en door te vliegen naar onze volgende bestemming!

En toen startte dus het plotseling bedachte avontuur naar de Filippijnen. Mercy, Alysha’s oma, had gevraagd of het me leuk leek om haar op te komen zoeken wanneer ze in de Filippijnen was. En dat leek me eigenlijk nog niet zo’n gek idee. Vanuit Nieuw Zeeland ben ik dus naar Sydney gevlogen waar ik twee dagen heb verbleven, waarna ik vanuit Sydney naar Cebu in de Filippijnen ben gevlogen. Nicolina leek het ook gaaf om mee te gaan, maar aangezien zij al een vlucht naar Melbourne had geboekt is zij van Melbourne naar Cebu gevlogen. In de Filippijnen hebben we echt een geweldige tijd gehad. Voor mij was het erg bijzonder om de familie van Alysha te ontmoeten en ook wel ontroerend tegelijkertijd. Ze hebben het nou eenmaal een stuk minder breed dan wij en hebben bijvoorbeeld nog nooit in een vliegtuig gezeten, dus dan is het wel heel dubbel om vervolgens in geuren en kleuren te vertellen wat voor een plannen er allemaal nog voor de deur staan. Het was voor hen dan ook moeilijk te begrijpen dat ik na mijn vakantie in de Filippijnen niet naar huis ging naar mijn familie, maar eerst nog weer terugvloog naar Australië. Ik heb er dan ook maar zo min mogelijk woorden aan vuil gemaakt, niet goed wetende hoe ik het uit zou moeten leggen.
Alys haar familie is echt geweldig. Ze zijn zo enorm zorgzaam voor elkaar.. Het grootste deel van de familie woont allemaal in dezelfde omgeving en komen dan ook dagelijks bij elkaar over de vloer. Ze zijn allemaal erg muzikaal op zanggebied, dus het was voor mij gelijk al wel duidelijk dat Alysha haar zangtalent bij haar uit de familie komt. Alys heeft op één neefje na alleen maar nichten en nichtjes. Ze waren allemaal erg nieuwsgierig naar Alysha en ik heb hen dan ook zo goed mogelijk proberen te vertellen wat voor een superzusje het is. Samen met Alys haar familie hebben we liedjes gezongen, spelletjes gespeeld (Nicolina en ik hebben hen een aantal spellen cadeau gedaan) en noem maar op. Mercy, Nicolina en ik hebben een aantal familieleden nog meegenomen naar Lake Danau waar ze nog nooit waren geweest en een paar andere familieleden zijn meegegaan naar Padre Burgos, een mooie plek aan de andere kant van het eiland Leyte. We hebben een supertijd gehad! Wat een warmte in die familie en wat was het dan ook weer moeilijk om afscheid te nemen. Hier heb ik het echt heel erg moeilijk mee gehad omdat het wel heel dichtbij kwam allemaal. Maar uiteindelijk denk ik niet dat het de laatste keer is geweest dat ik daar naartoe zal gaan, dus ik kijk alweer uit naar mijn volgende bezoekje.

DCIM100GOPROGOPR0015.

Na de Filippijnen ben ik weer terug naar Sydney gevlogen waar ik een paar nachten heb verbleven bij vrienden van Danilo, de Braziliaanse jongen waarbij ik een tijdje in huis heb gewoond toen ik een baan had gevonden in Surfers Paradise. Daarna ben ik naar Melbourne gevlogen om ook deze stad te bekijken en wat tijd door te brengen met Danilo zelf, aangezien hij  voor een visumaanvraag naar Melbourne af moest reizen. Ook heb ik hier Nicolina weer ontmoet aangezien zij na ons Filippijnenreisje weer naar Melbourne vloog. We hebben een paar gezellige dagen gehad en omdat Nicolina yoga beoefend en erover nadacht om naar een yoga ashram te gaan, heb ik besloten met haar mee te gaan. Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in yoga, maar had het nog nooit geprobeerd. Tijd voor een nieuwe ervaring!

Met de bus en trein zijn we naar Rocklyn afgereisd waar we een week lang in de Ashram hebben verbleven. We hoefden niet zoveel te betalen, aangezien we ook werkten voor ons verblijf en de yogalessen. Voor mij was het echt heerlijk om hier te zijn. De yoga zelf was heel anders dan ik me had voorgesteld omdat het niet alleen maar oefeningen betreft. Het is een hele levensstijl met een achterliggende gedachte. Er zijn rituelen bij betrokken, speciale Indiase liederen en noem maar op. De Ashram is zoveel mogelijk zelfvoorzienend door de grote groententuin die eraan gekoppeld zit. Hier was ik dan ook met regelmaat in te vinden als ik Karma Yoga (eigenlijk gewoon werk-tijd) aan het beoefenen was en dit deed mij wel wat denken aan de rust in onze Polder en dat was echt wel weer even genieten. Ik had geluk dat de bazin van de groententuin (een oude taart van 60 waar iedereen nogal wat struggles mee had) me een aardige meid met groene vingers vond die goed werk verrichte, wat maakte dat ik niet dagelijks met een emmertje het terrein af hoefde te struinen op zoek naar kangooroopoep voor de compost, in tegenstelling tot een mede ashram-genoot (poor guy) die wel dagelijks met een emmertje met koeienletters ‘POO’ het terrein af mocht.

IMG_20160525_120331.jpg

In de Ashram heb ik echt weer even tijd gehad om tot mezelf te komen en na te denken over het leven (klinkt wel serieus hè). Het is moeilijk te beschrijven, maar het reizen heeft me echt laten beseffen hoe mooi het leven is en hoe gemakkelijk het is verstrikt te raken in het systeem/de maatschappij waarin we leven. Ik denk dan ook veel na over wat ik nou eigenlijk wil in mijn leven, maar ik ben er nog steeds niet uit.

sdr

sdr

Tijdens mijn ervaring in de yoga ashram kwam ik een oproepje op Facebook tegen van ene Henry met dreadlocks, die op zoek was naar reisgenootjes om van Melbourne naar Alice Springs en weer terug te reizen. Omdat ik nog precies twee weken over had voordat Kimberley in Australië zou arriveren heb ik hier niet lang over na hoeven denken om toe te slaan. Er waren al vijftig andere reacties op zijn oproepje, dus eigenlijk had ik niet verwacht dat ik eruit gepikt zou worden, maar uiteindelijk werd ik verwelkomt in een groep van 8 mensen en werd ik, voordat ik het wist, opgehaald door Henry en zijn crew in een grote witte oude schoolbus. GAAF! Deze roadtrip is echt wel mijn favoriet geweest tot nu. Met enorm veel lol, goede (reggae)muziek en goede vibes, cruisden we door de outback, op weg naar de famous Ayers Rock in Uluru en de stad right in the middle of Australië: Alice Springs. En wat een geluk kan een mens hebben: Henry speelt saxofoon en had zijn saxofoon meegebracht op de trip! Dat was voor mij dus alweer een hele tijd geleden, dus daar liepen we dan, al spelend op de saxofoon rond de reuzachtige Ayers Rock, genietend van de energie, het geluid, de perfecte akoestiek en de goede vibes. Echt geniaal! Ondanks de vele irritante vliegen in de outback was het echt een super ervaring en precies zoals ik me Australië had voorgesteld. Ik heb de mooiste zonsondergangen in mijn hele leven gezien en ik kan er bijna niet over uitgepraat raken als ik er weer aan terug denk. In Alice Springs hebben we na een dikke week het grootste deel van de groep afgezet omdat zij hun reis vanuit daar weer vervolgden, maar omdat het voor mij goedkoper was om vanuit Adelaide naar Perth door te vliegen (waar Kimberley aan zou komen), ben ik met Henry en Vicky die beiden weer terug moesten naar Melbourne, weer terug naar het Zuiden gereden. Nog meer zonsondergangen bewonderd, nog meer saxofoon gespeeld, goede gesprekken gevoerd, goede muziek geluisterd, nog opals gezocht en gevonden in het bekendste opal-plaatsje van Australië: Coober Pede, en enorm veel gelachen. Eenmaal in Adelaide nog door de stad gefietst omdat ze daar een gratis fietsenverhuur hebben voor toeristen (superleuk!), waarna hebben ze mij op het vliegveld hebben afgezet.

dav

Vanuit Adelaide ben ik naar Perth gevlogen waar ik Kimberley van het vliegtuig heb gehaald. Waaauw wat was ik zenuwachtig! Om één of andere reden duurde het een eeuwigheid voordat Kimberley eindelijk door het ‘Arrivals-poortje’ kwam en heb ik letterlijk drie kwartier van mijn ene been op mijn andere been staan huppen met pijn in mijn buik. En daar was ze dan eindelijk: al gillend op haar afgerend en haar om haar hals gevlogen, waarbij ik twee mensen zo ongeveer omver heb gelopen. Wat is het heerlijk om haar weer te zien, om weer van onze eigen Hollandse droge humor te genieten en bij te kletsen over van álles en nog wat.

Hier ga ik de volgende keer mee verder, want we zijn pas net een week of twee op weg en aangezien het tijd wordt om een campingspot op te zoeken en ik dus geen gebruik meer kan maken van de gratis wifi in de Library moet ik er vandoor  :).

Tot zover weer een update, ik hoop wat reacties te krijgen want dat maakt het schrijven toch wel een stuk leuker. Hoe is het in Nederland?

Toedelejandokie!

X Alet

 

Surfers Paradise -> Sydney -> NEW ZEALAND!

Hi folks!

Het is weer tijd voor een update! Het schrijven van een blog is ondertussen wel een beetje een ‘moetje’ geworden, maar omdat ik weet dat ik er spijt van krijg als ik het niet doe heb ik mezelf er toch maar weer toe gezet.

Ondertussen is mijn avontuur in Surfers Paradise, the Goldcoast (helaas) achter de rug. Wat heb ik daar een gave tijd gehad zeg! Ik heb zoveel mooie, leuke, lieve, zorgzame mensen ontmoet.. En wat is het dan moeilijk om afscheid te nemen. Nu moet ik zeggen dat ik het heus niet ál-tijd naar mijn zin heb gehad daar, wat voornamelijk door mijn geweldige baantje in het Italiaanse restaurant kwam, maar ik kijk er met een heerlijk gevoel op terug.

Wat betreft mijn baantje: wat ben ik blij dat ik daar weg ben. Het was verschrikkelijk! Mijn collega’s, (nouja, de meesten), waren best leuk hoor, maar het management was vreselijk. Omdat ik de enige vrouw op de vloer was en vrouwen volgens mij gewoon minder waard zijn in Italië dan mannen, stond ik behoorlijk onderaan op de hiërarchie-ladder en werd ik continu afgeblaft. Zo kreeg ik bijvoorbeeld door verschillende eigenaren/managers op hetzelfde moment een andere soort opdracht, waarbij ik door beiden op mijn dak kreeg als ik op zo’n moment dus eerst de opdracht van de ander uitvoerde..

Manager A: ‘Alèt-ta, didn’t I ask you to bring sideplates to table thirtyfive-è?!’;

Manager B: ‘Alèt-ta, I’ve told you to call away table twenty-eight-è, why did’nt you do it yet-è’.

Of ik kreeg precies twee tegengestelde opdrachten betreft hetzelfde onderwerp..

Manager B: ‘Alèt-ta, do not sort the plates when you bring the dishes into the kitchen! Look around-è! We’ve got enough kitchenhands-è’;

Eigenaar 1: ‘Alèt-ta come here-è! Why did’nt you sort the dirty plates after bringing them into te kitchen-è?! Sort them! Now-è!’.

Enzovoorts.. Op het begin probeerde ik nog uit te leggen waar het precies mis ging, maar op en duur werd dat volgens mij alleen maar als betweterigheid gezien en werd het absoluut niet gewaardeerd, dus besloot ik het maar op te geven en gewoon te slikken wat er naar me geroepen werd. Elke dag probeerde ik dan ook al mijn positieve energie bij elkaar te rapen en de dag op het werk goed te starten, maar elke dag kwam ik dubbel zo chagrijnig weer thuis. Achja, het was het geld wel waard op zich en uiteindelijk heb ik er maar 4,5 week gewerkt. In eerste instantie was het mijn plan om er zo’n 6/7 weken te werken, maar omdat ik zo eerlijk was om hen twee weken van tevoren te vertellen dat ik nog twee weken beschikbaar was en daarna weer door zou reizen, kreeg ik geen uren meer onder het mom van ‘het is te rustig en we hebben je niet meer nodig’, terwijl er wel alweer drie nieuwe werknemers waren aangenomen. Erg dom van mezelf, want ik was er door een aantal collega’s al voor gewaarschuwd en ik werd dan ook geadviseerd het pas één week van tevoren te zeggen, nadat het rooster al zou zijn gemaakt, maar ik ging uit van het goede in de mens. Dat moet ik dus maar niet altijd meer doen. Het was wel balen, want ik liep toch zon $800 dollar per week mis (ongeveer €550 denk ik) en dus zo’n $1600,- in totaal! Maarja, nu heb ik mijn laatste 1,5 week lekker vakantie gevierd, heb ik mijn tijd doorgebracht met vrienden en heb ik rustig afscheid van hen kunnen nemen. We hebben gebarbecued op het strand, ik ben lekker wezen stappen met mijn huisgenootjes, ik ben naar Springbrook National Park geweest met Dani waar ik de Natural Bridge heb gezien: een natuurlijke brug met daaronder/-in een waterval en waar onder de brug/in de cave na de zonsondergang glowworms te zien zijn die gloeien als sterretjes in de nacht, hij heeft me twee keer meegenomen naar zijn kerk, we hebben (Braziliaanse) cakes gebakken met brigadero (een Goddelijk lekkere chocoladetopping) voor de verjaardagen van onze vrienden, en ik ben mijn verdere trip naar Sydney gaan organiseren. Maandag 15 februari ’16 stond namelijk mijn vlucht richting Nieuw-Zeeland gepland  en mijn vliegtuig vertrok vanuit Sydney.

Om mijn trip richting Sydney te organiseren heb ik, zoals ik aan het begin van mijn reis ook heb gedaan, weer een aantal oproepjes geplaatst in verschillende Facebookgroepen om reismaatjes te vinden en zo gezamenlijk de trip naar het Zuiden te starten. Maar omdat de meesten, net als ik, hun trip langs the Eastcoast starten in Sydney of Cairns (the Goldcoast ligt daar ongeveer precies tussenin), kreeg ik hier nagenoeg geen reacties op. Om deze reden heb ik daarom ook een advertentie geplaatst op Gumtree, een soort van Australische Marktplaats. Hier kreeg ik echter wel heel veel reacties op. Eén iemand bood me aan mee te reizen per zeilboot en anderen wilden een campervan met me huren of vroegen me om mee te reizen per auto, truck of jeep. Om zo min mogelijk geregel op mijn hals te halen heb ik maar gewoon de goedkoopste en gemakkelijkste optie gekozen: een Australische kerel die van the Sunshine coast naar Adelaide ging verhuizen en een plekje over had in zijn jeep om iemand mee te nemen op de weg ernaar toe. Zo hoefde ik me geen zorgen te maken om eventuele zeeziekte, hoefde ik geen huurauto met campingspullen of een campervan meer te regelen en was het gewoon een kwestie van wachten tot hij me op kwam halen en bij hem instappen. En zo gezegd zo gedaan! Natuurlijk was ik wel nog steeds voorzichtig en heb ik eerst zijn hele Facebook uitgeplozen om er zeker van te zijn dat hij geen freak was. Ik dacht dan ook genoeg bewijsmateriaal te hebben verzameld om hier zeker van te zijn: zo vertelde hij zijn vrienden op Facebook exact hetzelfde verhaal betreft zijn verhuisplannen als dat hij mij vertelde en had hij veel kampeerfoto’s waar zijn omschreven jeep met uitgebreide kampeerinhoud op te vinden was. Verder heb ik hem uitgenodigd om een paar dagen van tevoren even kennis te maken door een biertje te drinken in een pub om de hoek en ook dat voelde prima aan. Tijdens dit biertje hebben we een globale planning gemaakt van wat we onderweg wilden bezichtigen en doen (hij wilde er namelijk een avontuurlijk tripje van maken en niet in één lijn naar Adelaide reizen), en zo kon ons avontuur op woensdag 10 februari ’16 beginnen!

In mijn laatste twee dagen heb ik dus vooral afscheid genomen van alle mensen die ik daar heb leren kennen en heb ik ook behoorlijk wat traantjes gelaten. Van Danilo heb ik een brief gekregen met een foto van ons tweeën, van Taise kreeg ik een brief met een ring, van mijn huisgenootjes kreeg ik ook een brief waar ze allemaal een stukje voor me op hadden geschreven en van al mijn oude huisgenoten uit mijn eerste huis samen kreeg ik de Polaroid-foto die we tijdens ons afscheidsdiner hebben laten maken, met hun handtekening erop. Wat een mooie woorden, lieve wensen en mooie teksten.. Wat ben ik dankbaar dat ik hen heb leren kennen en ik zal de tijd die ik met hen heb meegemaakt dan ook nooit van mijn leven vergeten. Ik heb hen beloofd dat als ik ergens nog een beetje tijd en geld over heb in Australië ik ze nog eens opzoek, maar die kans is klein, en dat is moeilijk om te accepteren. Maarja, dat hoort nou eenmaal bij het reizen en mijn Nederlandse gezegde heb ik dan ook maar meegenomen naar Australië (al snappen ze hem hier toch wat mindergoed thuis), dus: ‘Life is no buttercookie!’, ofwel: ‘Het leven is geen boterkoekje!’. Gewoon maar even goed slikken en weer verdergaan.

En zo startte mijn trip naar Sydney! Na nog een aantal dikke knuffels van mijn huisgenootjes ben ik met rode en opgezwollen ogen de jeep van de Australische Phil ingestapt (“G’day mate, how ya going?” “Not too bad, yourself?”), en weggereden richting het Zuiden, met als vooruitzicht een vlucht naar Nieuw-Zeeland waar ik pap, mam, Ilse en Alys weer zou gaan zien.. Een nieuw avontuur en weer een nieuw hoofdstuk van mijn reis. Let’s go!

En die trip duurde maar even, want nog geen tien minuten later stonden we al stil naast de weg omdat de auto het begaf.. Shit! Gelukkig had Phil een abonnement bij de wegenwacht (hij is elektriciën, maar heeft geen verstand van auto’s) waardoor we na een belletje werden opgehaald en weggesleept naar een autogarage (gelukkig kwamen ze ons al ophalen na twintig minuten) waar het wachten startte wachten tot ze tijd hadden om onze auto te bekijken. Wachten, wachten, wachten..

Na er zo’n vier á vijf uur te hebben gezeten en ze eindelijk een kijkje namen bleek er een onderdeel nodig te zijn die in the Goldcoast natuurlijk met geen mogelijkheid te verkrijgen was. Nadat Phil heel wat belletjes had gepleegd, op zoek naar het stukje benodigde materiaal -ja ik ben niet zo technisch aangelegd dus geen idee wat er nou precies gezocht werd- bleek het nodige onderdeel in Brisbane, zo’n 1,5 á 2 uur rijden vanaf Burleigh Heads, waar we gestrand waren, beschikbaar te zijn. Maar omdat het al 17:00 uur was, was het niet mogelijk deze dezelfde dag nog te ontvangen. Gelukkig woonde één van de medewerkers van het bedrijf in Brisbane op de route richting Burleigh Heads, dus stelde Phil voor het stukje materiaal bij hem thuis op te halen. Uiteindelijk heeft Phil dus een vriendin van hem gebeld die mij weer heeft thuisgebracht in Surfers Paradise (waar ik met open armen werd ontvangen), heeft hij het stukje materiaal opgehaald bij de desbetreffende medewerker en is hij de dag erop weer naar de garage gereden om het stukje materiaal langs te brengen. Na daar weer een aantal uren te hebben gewacht tot ze eindelijk weer tijd hadden om naar de auto te kijken – hij hield mij op de hoogte via SMS- bleek het verdomde stukje niet te passen en bestemd te zijn voor een ander voertuig! Ongelofelijk. De kans dat de auto dus op tijd gemaakt zou zijn om de roadtrip nog te kunnen voltooien was minimaal. Ik besloot daarom dus maar een vliegticket te boeken naar Sydney.

Maar wat was ik weer een geluksvogel.. Omdat ik eerst wilde genieten van de zon en ik ergens nog een sprankeltje hoop had, had ik het ticket nog niet geboekt. Een paar uur later kreeg ik dan ook het verlossende berichtje dat het stukje materiaal er met een omleiding toch ingezet had kunnen worden en Phil mij de dag erna om 9:00 uur ’s ochtends weer op zou komen halen! Voor de technische nieuwsgierigen onder ons.. Er was iets met een lek waardoor er lucht in de brandstoftoevoer kwam en de motor uitsloeg en niet meer startte. Het stukje materiaal is er met een bypass ingezet (vraag me de details niet), waardoor de motor wel weer startte, maar niet meer op normale wijze uitgeschakeld kon worden. Hij moest de auto dus telkens in een versnelling zetten en uit laten vallen om hem weer uit te schakelen. Aangekomen in Adelaide zou hij er een deskundige naar laten kijken om alles te fixen.

Anyway, zo begon mijn avontuur richting het Zuiden dus weer opnieuw! Helaas moest ik wel nog weer een keer afscheid nemen van al mijn vrienden in Surfers, maar deze keer ging het gelukkig wel gemakkelijker dan de eerste keer. Verder waren we door alle rompslomp toch twee hele dagen kwijt, dus moesten we een stuk meer haasten om op tijd in the airport te zijn. We hebben behoorlijk wat kilometers afgelegd per dag om mijn vlucht naar Nieuw Zeeland dus te halen, maar we hebben het wel erg gezellig gehad (op wat irritatietjes na). Phil had een Djèmbee en zo speelden we ’s avonds, nadat we zijn en mijn tent hadden opgezet en lekker hadden gegeten, op de trom op het ritme van een relax achtergrondmuziekje. Ook tijdens het autorijden heb ik veel getrommeld wanneer de verveling toesloeg. Heerlijk was het! Ik wilde altijd al zo’n ding, maar als ik weer in NL ben is het één van de eerste dingen die ik wil kopen.

Tijdens de trip hebben we veel stranden gezien waar we tijdens het rijden even snel stopten. Verder hebben we echt veel kilometers in korte tijd afgelegd, dus hebben we vooral auto gereden. Toch was mijn hoogtepunt Byron Bay, waar we één nacht hebben overnacht. Op de camping ontmoetten we een naar Australië verhuisde Nederlandse man die vroeg of ik ‘De kolonisten van Catan’ toevallig kende. Eh, ja, NATUURLIJK! Hij bood ons aan een potje te spelen, maar tegelijkertijd was dit onze enige nacht in Byron, het meest hippiëge hippieplaatsje aan de Oostkust schijnbaar, en wilde ik eigenlijk wel de stad in om lekker te chillen op wat Reggaemuziek. Uiteindelijk dus toch gekozen om de stad in te gaan aangezien ik Catan altijd nog in NL kan spelen.. En wat ben ik blij dat ik daarvoor gekozen heb! Er was een reggae-bandje met gitaristen, een saxofonist en noem maar op, die midden op de stoep aan het spelen was met alle bekende nummers van Bob Marley. Toen wij arriveerden waren er nog niet veel toeschouwers, maar na een half uurtje stond de hele stoep vol met mensen die dansten, joints rookten en volledig uit hun dak gingen. Ik ben een echte reggaefan, dus het was echt ge-wel-dig! Vervolgens toch ook maar op tijd weer naar de camping gegaan om de ochtend erna onze trip weer vroeg te kunnen vervolgen.

Phil heeft me netjes bij het vliegveld in Sydney afgezet na een aantal leuke dagen. En ik was very exited! Op naar New-Zealand!

Na een korte vlucht van 3,5 uur – die ik had gereserveerd om mijn superspannende boek te lezen die ik van een Dutchie heb gekregen in een hostel in Brisbane, maar waarin de volledige reis continu gestoord werd door mijn buurvrouw, een oud omaatje uit Engeland die me aan Miss Anderling deed denken (Harry Potter), die aan één stuk door bleef praten over haakwerken en me om de haverklap aanstootte om foto’s uit haar haakwerktijdschrift te laten zien waarbij ze uitgebreid sprak over wat voor een ingewikkelde haaktechniek het patroon bevatte, die het niet leek te kunnen accepteren dat ik gewoon graag met rust gelaten wilde worden aangezien ze gewoon door bleef praten, zelfs als ik al vier/vijf zinnen compleet genegeerd had, en zich er zelfs niets van aantrok dat ik ondertussen, na de eerste vijfenveertig minuten telkens  beleefd te hebben opgekeken uit mijn boek met een knikkende ‘mm-mm’ en een ‘ wauw yeah beautiful’, al met mijn rug half naar haar toegekeerd zat met opgetrokken knieën, een opgezette capuchon, mijn boek recht voor mijn gezicht (mijn neus bijna rakend), waarbij ik peinzend overwoog of ik misschien ook mijn zonnebril nog op moest zetten – kwam ik aan in Auckland waar ik eindelijk pap, mam, Ilse en Alys weer zag. Wat was het heerlijk om ze weer te zien (en ze jaloers te laten zijn op mijn bruine kleurtje!). En wat voelde het al snel weer als vanouds! Ra, ra wat ik het meest gemist heb? Scheten laten in het openbaar met extra veel druk op de ketel waardoor het lekker tettert! En ra, ra wat ik het minst gemist heb? De reden dat ik me vrij genoeg voel om dit in dit gezelschap te doen, aangezien ik het niet van vreemden heb en mijn neus hierbij niet gespaard bleef.

Anyway, hierover later meer. Ik ben ondertussen alweer vier weken verder, maar ik heb gewoon te weinig tijd om mijn blog bij te houden. En aangezien ik nu in mijn spiksplinternieuwe en hopelijk ultrawarme slaapzak ga overnachten in mijn net nieuw aangeschafte secondhand-tent omdat ik morgen, zo gek als ik ben, met dit koude weer hier in de bergen door een ijskoude rivier ga banjeren in mijn niet waterdichte thermokleding met water tot aan mijn middel om een mooi uitzicht te bezichtigen, ga ik nu lekker slapen.

Hopelijk zijn mijn blogs nog een beetje te lezen. Ik ben niet goed in samenvatten maar ik heb ondertussen geen keuze meer, dus probeer ik er nog maar het beste van te maken.

See you later! Laat wat van jullie horen :).

Tjuus!

X Alet

 

 

 

Mijn leventje in Surfers Paradise

Hee allemaal,

Zo, dat is alweer effies geleden! Ondertussen is er alweer een hele hoop gebeurd. Ik was ooit eens begonnen aan een blogmomentje, maar ik heb het nooit afgemaakt. De eerste week had ik niet geweldig veel te vertellen aangezien ik op dezelfde plek verbleef en waardoor ik niet veel leuks wist op te schrijven en ik eerlijk gezegd ook gewoonweg geen zin had om ervoor te gaan zitten, maar de weken erna kreeg ik het juist zó superdruk waardoor ik geen tijd meer kon vinden om het af te maken. Hieronder dus het beginnetje dat ik ooit gemaakt heb. Ik zal het daarna al samenvattend proberen af te maken.

Donderdag 17 december 2015

Jongens, jongens, wat ben ik een geluksvogel. Afgelopen zondag ben ik samen met Marijke naar Goldcoast vertrokken met de bus. Zoals ik al had verteld zou één of andere (onbekende) Guilherme, ofwel Gui, ons oppikken van het busstation en ons vervolgens meenemen naar zijn appartement. Eenmaal aangekomen op het busstation duurde het nog geen minuut voordat hij ons met een big smile op kwam halen. We kregen een dikke knuffel met een zoen op onze wang en hij praatte de oren van onze kop. Hij vertelde dat hij nog nooit zoiets als dit had meegemaakt en eigenlijk ook helemaal geen plek voor ons heeft in zijn appartement, maar dat hij nou eenmaal van Hollandse mensen houdt en ons daarom graag wilde helpen. Komt dat even goed uit! Hij vertelde dat hij eigenlijk dacht dat mijn profiel op Facebook fake was vanwege mijn mooie vakantiefoto’s (ghehe) en dat hij me daarom eigenlijk wilde weigeren, totdat ik zei dat ik in Travelagency Peter Pans te Brisbane zat vanwege de WiFi waar ik gebruik van maakte. Omdat Gui zelf manager is van de Peter Pans travelagency in Goldcoast, had hij stiekem zijn collega uit Brisbane opgebeld om te vragen of het wel klopte dat er een Aletta in hun zaak zat. Ik had er nooit meer bij stil gestaan, maar er werd inderdaad naar mijn naam gevraagd door de werknemers van de travelagency en ik snapte al niet waarom.. Daarom dus! Al met al erg grappig en heel leuk dat hij zo behulpzaam is om ons onderdak te bieden.

Gui heeft samen met zijn beste, ook Braziliaanse, vriend Danilo (ofwel Dani) en een andere, Colombiaanse, vriend Juan (ofwel Colombia) het appartement waar ik nu in verblijf. Naast hen verblijft er tijdelijk nog een Braziliaans meisje Taise (ofwel Ta) en een Spaanse jongen Alejandro (iedere keer als iemand zijn naam noemt wordt het liedje ‘Alejandro’ van Lady Gaga gezonden.. Heel flauw, haha). En verder is zo nu en dan de  soort-van-vriendin van Colombia hier. Al met al zijn we hier dus met ongeveer acht mensen (inclusief Marijke en ik). Het appartement is best groot: er zijn twee grote slaapkamers, een grote woonkamer met keuken en twee badkamers. Colombia heeft een singleroom, Alejandro slaapt op één van de twee banken en Gui, Dani en Ta liggen op de andere kamer in drie tegen elkaar aangeschoven éénpersoonsbedden. Er is nog één bank leeg waar Marijke plaats heeft genomen en aangezien er niet nog een extra bank is, zal ik de komende tijd bij Ta, Gui en Dani in bed liggen. Het zijn echt enorm leuke, gastvrije mensen en zó anders dan wij Nederlanders! Om beurten nemen Gui en Dani ons wel ergens mee naartoe. Ik krijg het idee dat ze ons gezelschap erg leuk vinden en ons graag het een en ander van de omgeving willen laten zien.

A.s donderdag is het zover. Marijke zal weer vertrekken naar Brisbane omdat haar ouders donderdagnacht aan zullen komen op het vliegveld. Marijke gaat de komende vier weken met haar ouders in een camper rondreizen en dat betekent dus dat ze mij gaat verlaten en ik haar moet gaan missen! Ik zie er best tegenop, want tot nu toe zijn we altijd nog samen geweest en het voelt toch wel gemakkelijk en veilig om een Dutchie around te hebben. Het idee dat het nu pas ècht reizen in mijn eentje + fulltime Engels praten wordt, voelt toch een beetje spannend. Al moet ik zeggen dat ik er ook wel vertrouwen in heb. Ik heb besloten dat ik de komende tijd op zoek ga naar een baantje hier in Goldcoast. Ik kan erg goedkoop bij deze mensen verblijven en het is nog enorm gezellig ook. Omdat ik in februari naar Nieuw Zeeland vertrek vanuit Sydney en ik niet zo ver bij Sydney vandaan zit denk ik dat het verstandig is om hier even te blijven hangen. Ik merk dat mijn geld er razendsnel doorheen gaat, dus een buffer voor NZ zal ik wel nodig hebben. Daarnaast is het hier nu hoogseizoen en zijn er hier veel mensen voor holidays. Een baantje in de horeca moet dus niet enorm moeilijk te vinden zijn verwacht ik. Binnenkort moet ik dus maar even mijn Australische CV (Resumé) gaan maken en een rondje maken langs alle restaurantjes in Surfers Paradise om te vragen of ze nog nieuwe mensen zoeken. Hier zie ik pas ècht tegen op!

Dinsdag 19 januari 2016

En nu zijn we dus alweer een maand verder! Marijke zit alweer in Nederland ondertussen en het afscheid is dus ook achter de rug. Het was effies slikken om doei te zeggen na die leuke tijd die we samen hebben gehad, maar uiteindelijk red ik me hier prima in mijn eentje. Het is ondertussen 2016! Kerst en Oud & Nieuw zijn achter de rug en waar ik zo bang voor was is gelukkig niet uitgekomen. Ik was bang ergens alleen in een hostel te zitten met deze feestdagen, maar ik heb het uiteindelijk dus gezellig kunnen vieren met mijn Braziliaanse vrienden. Voor Kerstnacht hebben we een heerlijke vegetarische taart gemaakt (Dani is vegetarisch) en met zijn allen opgegeten. Dani is daarna naar zijn werk gegaan, want hij had een nachtdienst. Hij is namelijk verpleger in een bejaardentehuis. Gui en ik zijn toen naar vrienden van hen gegaan met nóg eenzelfde heerlijke vegetarische taart. Daar hebben we Kerst gevierd met kalkoen, rijst en heerlijke desserts. Kerst is een hele happening in Brazilië. Om twaalf uur wordt er gezoend en in Brazilië schijnen ze zelfs vuurwerk af te steken. Voor hen was dit dus niets vergeleken met thuis, maar voor mij was het een erg leuke ervaring. De mensen waren erg gezellig en over het algemeen spraken ze Engels tegen elkaar wat voor mij erg fijn was. Soms zit ik er namelijk wat verloren bij tussen al dat Portugese gebrabbel waar ik niets van begrijp..

Met Oud & Nieuw ben ik met al mijn huisgenootjes (op Alejandro na, want hij zat in Melbourne voor twee weken) naar Byron Bay gereden. Vanwege mijn late shift op het werk (hierover later meer) was ik pas laat thuis en konden we pas laat vertrekken. Het was dan ook wel een last-minute actie. Het was een wat vreemde ervaring, want het was twaalf uur terwijl we aan het rijden waren. We hebben dus de auto snel naast de weg geparkeerd, elkaar gezoend en geknuffeld, twee sprankeltjes vuurwerk bekeken en we zijn weer doorgereden. Omdat Byron Bay in de staat New South Wales ligt en Surfers Paradise in Queensland, is er één uur tijdverschil, waardoor het ook nog een uur later was in Byron Bay dan in Surfers. Al met al kwamen we er dus best laat aan. Byron Bay is echt een hippie plaatsje (Surfers ook wel trouwens, maar ietsjes minder). We hebben lekker op het strand gedanst met z’n allen waar, wederom, vooral Brazilianen uit hun dak gingen. Van Byron heb ik maar weinig meegekregen omdat we ’s ochtends ook weer terug zijn gereden. Taise en Colombia moesten beide namelijk gewoon werken de dag erna. Dani had daarentegen weer een nachtshift (dan kreeg hij dubbel uitbetaald) en kwam dus ’s ochtends pas thuis van zijn werk. Ik heb het erg naar mijn zin gehad, al was het wel de vreemdste jaarwisseling ooit, haha.

Zoals ik al liet blijken heb ik ondertussen dus een baantje gevonden! Het was verschrikkelijk om er één te vinden.. Omdat ik er zo tegenop zag heb ik eerst dik drie kwartier hopeloos op een bankje in de stad gezeten om me er toe te zetten een restaurant binnen te stappen, haha. Arme ik. Ik had echt enorm veel zelfmedelijden. In Nederland vind ik het al vreselijk om mezelf te moeten verkopen, dus laat staan in Australië, pratend in het Engels! Uiteindelijk heb ik mijn moed maar bij elkaar geraapt en ben ik ervoor gegaan. In sommige restaurants wilden ze mijn resumé niet hebben en in sommige restaurants bleken ze alleen mensen met een studentenvisum te willen aannemen. Van dit laatste snap ik echt helemaal niets, want ik mag met mijn visum onbeperkt werken en mensen met een studentenvisum maar twintig uur per week. Ik denk dus dat het gewoon een smoes was. Dag 1 was dan ook geen succes en ik ging met lood in mijn schoenen weer naar huis, aangezien iedereen thuis wist wat ik aan het doen was en met smart zat te wachten op goed nieuws.. Maar helaas, tevergeefs.. De dag erna heb ik dan ook al mijn positieve energie maar weer bij elkaar geraapt en ben ik opnieuw met al mijn resumé’s onder mijn arm weer naar de stad gegaan. Eerst ben ik even bij Gui langs geweest op kantoor om nog wat extra kopieën te maken en hier kwam ik een bekende oude kerel tegen die ik in Brisbane had ontmoet in het hostel. Een nogal zelfingenomen man die erg goed weet hoe je hoort te solliciteren en je jezelf moet verkopen. Na een privéles van dik een uur ben ik er godzijdank tussenuit weten te piepen en ben ik het eerste, Italiaanse, restaurant binnengelopen die ik zag. Eigenlijk had ik de dag ervoor ook al naar dat restaurant zitten kijken in mijn drie-kwartier-lange-moed-bij-elkaar-raap-moment, maar durfde ik er niet binnen te lopen omdat ze me hadden zien zitten en ik geen aarzelende indruk wilde wekken.

Al met al, ik liep er dus naar binnen, werd begroet met: ‘Èllo darling-è, what can I do for you-è?’ (dit stelt een Italiaans accent voor). Ik begroette hem dus op mijn allervrolijkst en -zelfverzekerdst terug en gaf aan dat ik op zoek was naar de manager, waarop hij antwoorde dat die toevallig recht voor mijn neus stond. Dat kwam dus even mooi uit. Na uitgelegd te hebben dat ik naarstig op zoek was naar een baantje, boordevol ervaring zit en dolgraag in zijn restaurant wilde werken, liep hij even weg en kwam hij even later weer terug.  Hij wilde me die avond graag terug zien om 18:00 uur, met een witte blouse, een zwarte broek en zwarte schoenen. Eh, what?! En ik antwoordde: ‘Wauw thanks! Ehm well, let’s go shopping. See ya!’. WOOHOO, ik was blij als een malle, ben meteen terug gerend naar het kantoor van Gui, heb even een gilletje geslaakt en ben samen met hem in de auto gesprongen om kleren te kopen in de K-mart (een héérlijke winkel. Ik had schoenen, een blouse en broek voor 30 dollar denk ik. Ofwel, ongeveer 22 euro). Daarna ben ik meteen teruggeraced naar huis, heb ik gedoucht en ben ik naar het restaurant gesjeesd. Maar eenmaal daar aangekomen bleek het echter wel wat minder leuk te zijn dan ik had verwacht. Op de collega’s van de vloer na stelde niemand zich voor, werd ik ook aan niemand voorgesteld, moest ik gelijk aan de slag, was het zo enórm druk dat iedereen gestrest rondrende, er geen prettige atmosfeer hing en het voor mij uiteindelijk erg lastig was om mijn weg te vinden want ik wist nog niets en er was eigenlijk geen tijd om mij iets uit te leggen. Uiteindelijk heb ik de ‘trial’ wel doorstaan en bleek de manager tevreden. Hij gaf dan ook aan dat ik mocht blijven en ik de dag erna al aan de slag kon. Ik werk er nu zo’n drie weken en de eerste weken waren echt een ramp. Mijn leven veranderde van relaxen plots naar ongeveer 45 uur per week heen- en weer rennen in een restaurant met twee managers en vier eigenaren om me heen die soms allemaal tegelijkertijd aanwezig waren en állemaal, meestal op hetzelfde moment, iets van me vroegen. Ik ben erachter gekomen dat Italianen niet de gemakkelijkste mensen op aarde zijn, ondanks dat ze wel enorm leuk en gastvrij zijn naar de klant. Daarnaast heb ik enorme blaren op mijn voeten gehad, werd ik twee weken lang elke ochtend met zwaar verkrampte voeten en handen wakker (ik begon bijna te denken dat ik een spierziekte had) en had ik maar één dag in de week om weer een beetje bij te komen van de pijn overal. Daarnaast bleek tussendoor ook nog dat ik eigenlijk op zoek moest naar een nieuw verblijf, omdat mijn huisgenoten weer aan de studie gingen en er wel erg veel mensen in het appartement waren. Zowel Taise, Alejandro als ik werden dus verzocht een ander onderkomen te vinden. En omdat ik ze geen ongelijk kan geven ben ik tussen alle bedrijven door een nacht wezen logeren bij vrienden van een Spaanse vriend en kon ik de dag erna bij andere Braziliaanse meiden intrekken. Overigens een prachtig appartement met een waanzinnig uitzicht, een mooi zwembad en een heel fijne bedbank. Ook deze meiden hebben een studentenvisum en wonen hier voor een lange tijd. Ik woon hier eigenlijk illegaal, maar betaal hen 85$ per week. Erg goedkoop dus (al kan het niet tegen de 50 $ per week op in m’n vorige stekkie)!

Met mijn ex-huisgenoten heb ik trouwens echt een waanzinnig leuke tijd achter de rug. Vooral Gui en Dani heb ik veel om me heen gehad. Ze leerden me Braziliaanse dansen, we zongen standaard met zijn drieën ‘If I aint got you’ van Alicia Keys, we kookten samen, gingen er met zijn allen op uit en hebben erg veel lol gehad.. Maarja, er bestaat een tijd van komen en er bestaat een tijd van gaan. Nu is dus een nieuw hoofdstuk aangebroken in Surfers Paradise. Het huidige appartement waar ik woon is dichterbij mijn werk en de stad en dus ook wel voordelig. Aan de meiden in huis moest ik wel een beetje wennen. Ze zijn wat gesloten, veel op hun slaapkamers en veelal druk met mooi zijn. Ik, als boerentrien, in combinatie met hen is dus wel hilarisch. Als we gaan stappen hebben zij hun mooie jurkjes met blote buiken en metershoge hakken aan en sta ik er naast in mijn spijkerbroekie, T-shirtje en All-stars. Achja, als excuus benoem ik maar gewoon vaak dat ik een backpacker ben en gewoon niet zoveel mee kon nemen (is ook wel waar trouwens).

Gelukkig werk ik nu drie weken in het restaurant, raak ik wat gewend aan de fysieke inspanning, weet ik beter hoe alles werkt, hoe iedereen in elkaar steekt, tegen wie ik wat wel en niet kan maken en is het iets rustiger omdat Kerst en Oud en Nieuw achter de rug zijn. Gelukkig zie ik mijn vrienden van mijn vorige huis nog regelmatig (en dan met name Taise die ondertussen wel echt een vriendin van me begint te worden) en verder ga ik zo nu en dan uit met mijn collega’s, ontmoet ik elke dag weer nieuwe mensen waar ik dan vervolgens ook weer over de vloer kom, en zo begin ik hier echt een leventje op te bouwen in Surfers Paradise. En ja.. Dan staat het vertrekken natuurlijk alweer bijna voor de deur. Nog maar een paar weken en dan vertrek ik naar Sydney om vervolgens door te reizen naar Nieuw Zeeland, waar pap, mam, Ilse en Alys me op komen zoeken! Ik moet eerlijk zeggen dat ik nog geen enkele keer echt heimwee heb gehad of naar huis heb gewild, aangezien ik het over het algemeen vreselijk naar mijn zin heb en de tijd vliegt, maar ik kijk er natuurlijk wel enorm naar uit om ze weer te zien en een deel van mijn avontuur met hen te kunnen delen. Leuk, leuk, leuk!

Nou, dat was het voor nu maar weer even. Weer een hoop tekst en nog zóveel dat ik niet eens verteld heb! Soms lijkt het een manische depressie waar ik in verzeild geraakt ben. De ups zijn héél up en de downs kunnen soms héél down zijn. Het voelt als een achtbaan waarin ik zit, waarvan ik nog steeds niet goed kan geloven dat ik er echt in zit. Ik ben gewoon in Australië! Al twee maanden lang! En ik moet er ècht nog niet aan denken om weer naar huis te gaan :).

Hoe is het daar in ons koude kikkerlandje?

Tjuus!

Liefs Alet

Op een onbewoond ei-hei-hei-land..

G’day beautiful,

How are ya today, my darlin’?

Dit horen we hier dagelijks zo’n vijf keer, zowel van mannen als vrouwen. Het is een begroeting en ik ben er nog steeds niet achter je er nou serieus op in moet gaan of dat het men eigenlijk geen donder interesseert hoe het met je gaat. Sommige mensen vragen het gewoon op straat tijdens het passeren, maar het wordt ook standaard gevraagd door de cassière in de supermarkt en dergelijke. Meestal reageer ik heel spontaan dat het goed met me gaat en vraag ik het ook terug, maar de ene keer krijg ik geen antwoord is en is de desbetreffende persoon alweer bezig met wat anders, en soms krijg ik een uitgebreide reactie terug. Of het nou wel of niet gemeend is.. Ik hou er wel van!

Anyway, ik was gebleven bij vrijdag 4 december. Op die dag hebben we een scooteroo gedaan in Agnes water. Het was jammer dat we er niet langer konden blijven, want je kon er drie uur surfles krijgen voor maar 17$! Dat is echt enórm goedkoop. Maar omdat Agnes Water eigenlijk een soort tussenstop voor ons was aangezien we van Airlie beach (waar vandaan we naar Whitsundays vertrokken) naar Rainbow Beach (waar vandaan we naar Fraser Island zouden gaan) zo’n 10,5 uur moesten rijden voordat we vertrokken naar Fraser Island, moesten we doorrijden en konden we niet langer blijven. Balen! Maarja, de scooteroo was ook wel leuk. We kregen leren jacks aan, een soort Harley Davidson scooter en allerlei plaktattoo’s die op mijn huid niet bleven zitten. Het duurde drie uur voordat de hele groep een testrondje had gemaakt (anders lieten ze je de weg niet op gaan) en iedereen op de foto was geweest. Eenmaal op weg reden we allemaal achter elkaar aan, mochten we niet inhalen en moesten we continu poseren voor foto’s. We hebben wel enorm grote (wilde) kangaroo’s gezien, maar daar was ook alles wel mee gezegd. Ach, het was het geld niet waard maar het was wel oké.  ‘S avonds hebben Eddy en ik om beurten gereden naar Rainbow beach en hebben we illegaal geslapen op een benzinestation waar het verboden was te kamperen. We konden namelijk geen gratis camping vinden, dus hebben we het er maar op gewaagd. Tot nu toe hebben we alle keren nog geluk gehad. Geen boetes. Rabea schijnt ’s nachts nog een dronken vrouw te hebben gezien die voor onze camper stond en schreeuwde dat we nooit moesten trouwen en al helemaal niet aan kinderen moesten beginnen, maar ik vraag me af of hij dat niet gedroomd heeft.

De dag erna zijn we vertrokken naar Fraser Island en dat was gaaaf! We waren met een grote groep en kregen per acht personen een eigen 4WD. Fraser Island is een enorm groot zandeiland waar geen wegen zijn. Je kunt er alleen met een 4WD komen (eerst met de ferry) en er scheuren over het strand en door de bush. Ik vond het best spannend aangezien ik al wel in Australië heb auto gereden met een automaat (ze rijden hier links), maar ik nog niet met een manual car had gereden (waarbij je versnellingsbak dus aan je linkerhand zit). Rabea zei dat het wel meeviel en ik het zo onder de knie zou hebben, dus dat ik gewoon mee moest gaan in the manualcar (ik weet gewoon niet meer hoe je het in het Nederlands zegt!). En hij had gelijk, het was kippetje-eitje! Al heb ik wel één keer de auto per ongeluk op een grote berg zand gereden omdat het enorm zacht zand was en het dus moeilijk was om te sturen waardoor ik blijkbaar meer stuurde dan ik door had en waardoor het dus mis ging. Maar ik kon hem er ook met een peut gas zelf weer uitkrijgen. Oja.. En de dag erna had ik de auto per ongeluk met een te snelle vaart door een plas water gereden waardoor de motor geen lucht kreeg en uitviel. Maar dat probleempje was zo weer gepiept door onze geniale guide Gaz.

Op Fraser heb ik echt prachtige dingen gezien. Vooral Lake McKenzie was prachtig! Een enorme lake midden op het eiland met water zo helder als… Tja, ik heb gewoon nog nooit water gezien wat nog helderder was. Je kon het water gewoon drinken en het smaakte heerlijk! Veel beter dan het water dat hier uit de kraan komt, aangezien dat naar zwembadwater smaakt. Er zit namelijk veel chloor in. ‘S avonds hebben we wat spelletjes gedaan met de hele groep en de dag erna hebben zijn we naar de Champain pools en Indian Head geweest. Ook erg mooi, maar ik had weinig geslapen en heb dat even ingehaald tijdens de tussenstops. Die avond heb ik romantisch op het strand naar de sterren gekeken met mijn Zwitserlandse vriend die ik hier heb ontmoet (nee hoor, niets meer dan dat), wat nog aardig spannend was vanwege de dingo’s die rondlopen op het eiland. Een soort wilde honden die je graag aan schijnen te vallen. Maar ik heb het overleefd! De sterren zijn hier trouwens zo goed te zien! Volgens mij heb ik het al eens eerder gezegd maar dat is echt wauw. Ik heb denk ik wel zeven vallende sterren gezien (en dus ook zeven keer een wens gedaan). De dag erna, woensdag, was het alweer de laatste dag op Fraser. We hebben nog een soort riviertje bekekenen we zijn naar een andere lake geweest waar ik de naam even niet meer van weet. Ook erg mooi, maar minder blauw water.

Eenmaal weer terug in Rainbow Beach zijn we doorgereden naar Noosa. We hoorden van iedereen uit onze Fraser-groep dat zij een gratis nacht mochten slapen in het Nomads hostel omdat de tour ook van Nomads was. Maar dat wilden wij ook! We zijn dus gewoon naar het hostel gegaan en ik heb gevraagd of wij ook recht hadden op zo’n gratis nacht. Dit slaapt toch wel even wat chiller dan onze campervan met tent een éénpitskooktoestelletje. Dit was zowaar geen probleem, dus hebben we lekker in het hostel geslapen. Een erg fijn hostel met zwembad en al. We hebben ’s avonds enorm goed gefeest met alle Fraser-vrienden bij het hostel met limbodansen (waarbij je een kledingsstuk uit moest trekken als je de stok raakte.. Dus je raad het al: ik was uiteindelijk naakt) en we zijn daarna nog naar een ander barretje geweest. Al met al een hele leuke avond.

De dag erna moesten we een andere slaapplek zien te vinden, maar we wilden nog even in Noosa blijven en konden geen gratis kampeerplek vinden. We hebben dus stiekem onze campervan op de parkeerplaats van het hostel laten staan en zijn daarin gaan slapen met zijn vieren (Amandine, Marijke, Rabea en ik). Eddy heeft stiekem in een leeg bed gelegen bij andere Fraser-vrienden op de kamer. We hebben gewoon gebruikt gemaakt van de faciliteiten in het hostel en niemand heeft het door gehad. Foei, foei, foei toch. Maar ach: part of the adventure. We hebben een flinke wandeling/track gedaan door het National Park van Noosa (erg mooi!) en we hebben een mooi strandje bezocht (een soort White Haven Beach in het klein), waar ik uiteraard weer heb liggen pitten. De dag erna zijn we vertrokken naar Brisbane, wat betekende dat het einde van ons samenzijn was aangebroken. We moesten afscheid nemen en onze geliefde campervan (had ik al verteld dat we haar Choko Nichiwacki hebben genoemd?) en dus ook van elkaar.. Dat was wel even slikken. Het idee dat je elkaar nooit meer zult zien (waarschijnlijk) is toch wel heel gek, na drie weken lang 24 uur bij elkaar op de lip te hebben gezeten.

Rabea besloot de dag voor ons vertrek naar Brisbane om een vlucht naar Fiji te boeken (wauw, hij heeft me op ideeën gebracht) en Amandine had al een vlucht geboekt naar Sydney omdat haar moeder haar op komt zoeken. Eddy heeft nog geen plannen en slaapt in hetzelfde hostel als Marijke en ik, al trekken we niet meer zo met elkaar op. Hij heeft wat vrienden uit Duitsland ontmoet (er zijn hier hééél veel Duitsers) en kan het daar goed mee vinden.

Het is nu zaterdag 12 december. Ik ben nu twee nachten in Brisbane en aankomende nacht is onze laatste. Brisbane is een supermooie stad. Het is de eerste grote stad die ik heb gezien in Australië. Alles is zo netjes en opgeruimd en net zoals op andere plekken hebben ze hier ook een prachtige lagoon (zo’n openbaar zwembad midden in de stad/het park). Ik heb twee (gratis) musea bezocht en heb met Marijke enorm veel gewandeld, door bijvoorbeeld de Botanic Gardens. Gisteren wilden we naar de bioscoop gaan, maar we ontmoetten een Australische kerel in het hostel en hebben een drankspelletje gedaan. Uiteindelijk zijn we beland in de kroeg en daarna bij een Filipijnse kerel in zijn appartement. Een chefkok weliswaar. Hij maakte lekkere drumsticks voor ons (al ging het een beetje mis waardoor het brandalarm aansloeg en ik een kwartier heb staan wapperen met kussens zodat hij weer uit zou gaan) en zijn huisgenootjes verzorgde heeerlijke noodles. We waren rond 4:00 uur weer in het hostel en vandaag regent het verdorie! Marijke en ik zijn daarom naar een travel agency gegaan om te internetten en onderdak te regelen voor ons verblijf in Goldcoast.

Tijdens de tour naar de Whitsundays heb ik een Braziliaanse jongen ontmoet die voor ons misschien wat kon regelen bij vrienden. Gisteren kreeg ik bericht van hem dat zijn vriend wat voor me kon betekenen voor maar 50$ per week! Wauw! Omdat mijn prepaid op mijn telefoon verlopen is had ik internet nodig van het internetcafe, dus zijn we daarheen gegaan. Paulo (mijn Braziliaanse vriend) had me alleen de voornaam van zijn vriend gegeven, Guilherme, en zijn telefoonnummer, maar dit bleek mijn eigen telefoonnummer te zijn. Waarschijnlijk had hij mijn nummer opgeslagen en vervolgens per ongeluk mijn nummer ook weer in ons gesprek geplakt. Ik kon zijn vriend in ieder geval dus niet bereiken, dus heb ik hem opgezocht op Facebook en een berichtje gestuurd. Ik kreeg al snel reactie, maar de beste Guilherme snapte er niets van, want hij had Paulo nooit gesproken. Uiteindelijk belde hij me op en bleek dat ik waarschijnlijk de verkeerde Guilherme voor me had. Maarrr, hij had wel een slaapplek voor mij en Marijke te hebben, dus zijn we maar op het aanbod ingegaan, haha. Een half uur later zag ik dat Paulo wel acht verschillende Guilhermes op Facebook als vriend had, dus het was niet heel vreemd dat ik de verkeerde voor me had.

In ieder geval wil deze Guilherme ons oppikken bij het busstation en kan ik in ieder geval ongeveer een week blijven. Als ik minderlang dan een week blijf hoef ik niets te betalen en anders 50$ per week. Enorm goedkoop dus. Ik ben erg benieuwd en het is natuurlijk ook wel weer spannend, want ik heb geen idee wat ik aan zal treffen en met name hoe mijn toekomstige bed en omgeving er uit zal gaan zien. Gelukkig gaat Marijke de eerste paar dagen nog met me mee, maar zij zal de 16e weer naar Brisbane vertrekken omdat haar ouders dan komen. En dan ben ik alleen… Slik. Maar dat komt vast goed. En als die ene Guilherme echt niets is kan ik ook altijd nog die andere Guilherme proberen. En ik heb al wel gemerkt dat het super gemakkelijk is om op deze manier een slaapplaats te regelen, dus eventueel kan ik natuurlijk ook altijd nog een keer ‘per ongeluk’ een berichtje op Facebook versturen naar een ‘verkeerd’ persoon in de hoop dat het net zo goed eindigt als vandaag, haha.

Well, ik maak er een einde aan want ik heb weer véél te lang getypt. Sorry daarvoor, maar ik heb gewoon te veel te vertellen en heb hier nog steeds niet geleerd om minderlang van stof te zijn.

Nou toedelejandokie!

X Alet

Ps. Pap, ik was niet naakt hoor bij het limbodansen. Ik heb alleen mijn T-shirt uitgetrokken en ben daarna afgehaakt :).

Full moon party, een uberdeluxe resort en illegaal kamperen. Check!

Hoi allemaal,

Alles goed daar in Nederland? Bij deze weer een update vanuit Aussie :)!

Na Magnetic Island wilden we doorrijden naar Airlie beach omdat vanuit daar de tour naar de Whitsundays zou starten (twee dagen en twee nachten op een boot naar allemaal onbewoonde eilandjes en prachtige stranden). Rabea zat achter het stuur en omdat we de ferry pas rond 15:30 uur hadden genomen redden we het niet meer om helemaal door te rijden naar Airlie. Gelukkig heeft Amandine een ideale app op haar iPad (Wickicamp Australia), waar je gratis campings kan vinden (of eigenlijk niet per se campings, maar meer plaatsjes waar je als het goed is legaal mag staan langs de weg met, als je geluk hebt, een wc-gebouwtje). Ze zocht er  één op en we hebben onze auto daar geparkeerd. Maar toen begon het gedonder weer.. Marijke en ik wilden gaan koken, maar we kwamen erachter dat we onze gascooker op Magnetic Island hadden laten staan! Ongelofelijk.. Uiteindelijk hebben we die van onze Engelse buren kunnen lenen een hebben we toch nog ons potje pasta met saus kunnen maken. Binnenkort dus maar op pad om een nieuwe te kopen.

De dag erna zijn we vertrokken naar Airlie beach, waar we 2,5 dag hebben verbleven. Ze hebben in veel steden een lagoon (een enorm mooi buitenzwembad) waar je gewoon gratis kunt zwemmen. Je kunt het zien als een park, maar dan met een enorm zwembad erin. Hier hebben we de zondag gelegen met zijn allen, waarna we een verfrissende zwembaddouche hebben genomen. Het is grappig om te merken dat het me eigenlijk niets meer interesseert als ik word nagekeken wanneer ik met mijn toilettasje onderweg ben naar een zwembaddouche, stranddouche, douche bij een benzinepomp of riviertje. Douches waar in Nederland nog geen haar op mijn hoofd onder had willen staan, zijn hier ineens geweldig!

Aan het eind van de middag hebben we nog even onze was gedaan bij een laundrystore (ein-de-lijk) en ’s avonds ben ik met Marijke en Rabea uit eten geweest om even wat normaal voedsel te eten met VLEES! Eindelijk weer vlees! Er was een livebandje (Wandering Eyes): twee hippies met heerlijke reggaemuziek, het eten was relatief goedkoop en het was heerlijk! ‘S avonds zouden we gaan stappen, maar Eddy en Rabea wilden graag nog ergens wat wiet scoren voor de trip naar de Whitsundays (hier spraken ze al dagen over.. Zucht) en een uur later liep er bij toeval een rare, dronken kerel langs die riep: Come to my car guys to smoke a joint! Nou daar liepen we, als makke lammetjes achter hem aan naar zijn auto. Ik vond het maar niets, hij maakte alleen maar hele flauwe seksgrappen en was niet goed te verstaan. Uiteindelijk hebben de jongens een joint met hem gerookt in het park. Wij, de meiden, deden niet mee, aangezien die man aan dat ding had gelebberd. Daarnaast ben ik natuurlijk sowieso niet echt een roker.

Helaas was er geen free camp te vinden rondom Airlie beach, dus moesten we iets anders vinden. We wilden er namelijk niet voor betalen. Uiteindelijk hebben we de campervan geparkeerd op een parkeerplaats waar het verboden was om te parkeren. Om deze reden hebben we de tent dan ook maar niet opgezet, dus sliep Rabea buiten op de grond, Amandine in haar hangmat en Eddy, Marijke en ik in de auto op de stoelen. Echter, nog geen half uur later (00:30 uur) reed er een securitywagen langs en kregen we een waarschuwingsbriefje onder de ruitenwisser. Hij sprak ons verder niet aan. Op dit papiertje stond dat je een boete van $200 per persoon zou krijgen om te parkeren op (een dergelijke) parkeerplaats. Slik! Maargoed, het was een waarschuwing, dus zijn we maar gewoon verder gaan slapen. Marijke vertelde de ochtend erna dat er ook nog twee politiewagens langs waren gekomen die nacht. De reden snap ik alleen niet goed, aangezien we verder geen boete hebben gekregen.

De dag erna hebben we lekker geshopt met z’n allen en hebben Marijke en ik Eddy, Rabea en Amandine naar de boot gebracht. Zij hadden een andere tour geboekt omdat zij graag op een boot wilde slapen. Marijke en ik hebben een tour geboekt waarbij we ergens op een eiland in een resort sliepen vanwege onze ervaring op de boot naar het Great Barrier Reef. waarbij we enorm (vooral ik) zeeziek waren. Rabea wist niet zo goed wat hij moest kiezen omdat beide tours hem wel gaaf leken, maar heeft uiteindelijk ‘kop of munt’ gedaan waardoor hij de andere tour koos. Nadat we hen hadden weggebracht besefte we ons eigenlijk hoeveel je in zo’n korte tijd met elkaar optrekt en met elkaar deelt. Het voelde ineens heel leeg om met z’n tweeën achter te blijven. Ik denk dat ik iedereen dan ook vreselijk ga missen over 1,5 week. Snik!

‘S avonds heb ik een salade gegeten bij de Mac Donalds (eindelijk groenten!) en heb ik nog even met Kimberley en Oma Daniëls gebeld. Oma vraagt Kimberley namelijk dagelijks of ze al iets van mij heeft gehoord, dus ik denk dat het fijn is dat ze mijn stem even gehoord heeft. Echter was ze alweer vergeten dat ik voor ongeveer een jaar weg zal blijven, want ze zei dat ik binnenkort, als ik weer thuis ben, haar al mijn foto’s maar moet laten zien. Arme schat.

De dag erna zijn Marijke en ik vertrokken naar de Whitsundays Islands en het was.. AMAZING! Wauw, wauw, wauw wat een mooi resort! Ik heb al wat foto’s op Facebook gezet volgens mij. Het was echt fantastisch. Om één of andere reden hadden ze ons geüpgrade naar een privateroom zonder dat we er extra voor hadden betaald. Het was huge, de bedden waren zo zacht als veertjes en er was een jacuzzi, een zwembad, er waren overal hangmatten tussen torenhoge palmbomen en het was.. Zucht.. Wauw. We hebben veel filmpjes en foto’s gemaakt om vooral Rabea jaloers te maken en veel leuke mensen ontmoet. ‘S avonds genoten van de prachtig heldere sterrenhemel (er zijn hier zoveel meer sterren te zien dan in Nederland) bij het kampvuur en daarna zijn we gaan slapen. De tweede dag zijn we met de boot wezen snorkelen in een baaitje, zijn we naar White Haven Beach geweest (zie Facebook of Google) wat echt een paradijs was. Lichtblauw zeewater, parelwitte stranden stingrays, lemonsharks, zon.. Na een lange dag op het water zijn we teruggegaan naar het resort waar ik een eeuwigheid in bad heb gelegen. Het is zo lekker om je weer fris te voelen! Ik had uitzicht op witte kaketoe’s die boven me rondvlogen en al die geluiden in de, ik noem het maar even jungle, zijn zo mooi!

‘S avonds was iedereen enorm dronken, behalve Marijke, ik en nog wat anderen. De meesten waren 18/19/20 jaar en dan merk je toch wel wat verschil. Tijdens de tour heb ik een Braziliaanse jongen ontmoet die een tijd lang in Goldcoast heeft verbleven. Hij zong en speelde gitaar in verschillende restaurantjes daar, maar gaat voor Kerst weer naar huis (zoals velen). Omdat ik nog steeds niets heb geboekt voor Christmas/NYE en dat mogelijk nogal een probleem gaat worden vanwege het hoogseizoen, heeft hij aangeboden om wat (Braziliaanse) vrienden van hem te vragen of ik daar mogelijk kan verblijven. De meesten van zijn vrienden gaan ook naar Brazilië met Kerst en nieuwjaar, dus dat zou ideaal zijn!

De dag erna gingen we helaas alweer terug. We hebben nog even gesnorkeld (althans, de rest, aangezien Marijke en ik hebben liggen zonnen op het dek). De vissen en het koraal waren een stuk minder mooi dan op het Great Barrier Reef vanuit Cairns, dus wij hadden het wel gezien en wilden onze frisheid na de heerlijke douche in het resort nog even vasthouden tot we weer terug in Airlie Beach waren.

Gisteren zijn we aangekomen in Airlie Beach. Nu is het vrijdag 4 december en we zitten we weer in de auto, want we zijn op weg naar Agnes Water waar we een scooteroo tour gaan doen. Ik denk dat het te vergelijken is met een solex-tour in Nederland. We moeten een lang stuk rijden (zo’n acht uur) en het landschap om ons heen is veranderd naar de prairie met allerlei cattlefarms om ons heen. Erg mooi! Ook de temperatuur is hier wat lager wat wel even lekker is. We hebben vannacht gekampeerd bij een benzinestation en vanochtend gepicknickt bij een enorm grote lake. We hebben ondertussen weer een gascooker gekocht, dus we hebben genoten van een luxe ontbijtje met scrumbled eggs. Mmm!

Nou tot later maar weer!

X Alet

Wierook, mieren, koala’s en stinkende oksels

Hi there!

Daar ben ik weer. Het is zaterdag 28 november 2015. Ik heb mijn vorige blog nog niet kunnen uploaden omdat ik nog steeds geen internet heb gevonden om mijn laptop mee te verbinden. Jullie moeten dus maar gewoon heel veel in één keer lezen :). Misschien zijn er sowieso al veel mensen afgehaakt vanwege mijn langdradige verhalen, maar ik maak mijn blog ook vooral voor mezelf, zodat ik er later nog weer plezier aan kan beleven als ik stokoud ben, haha.

Ik was gebleven bij donderdag 26 november. Ik weet eigenlijk niet eens meer heel goed wat we hebben gedaan. We hebben volgens mij veel auto gereden, mooie stranden bekeken (daar staan toevallig een aantal foto’s van op Facebook) en even lekker rustig aan gedaan. We hebben een leuk groepje zo met z’n allen. We kunnen het goed vinden met elkaar en we moeten veel (om elkaar) lachen.

Amandine, het Franse meisje, is al twee jaar in Australië, heeft al behoorlijk wat reiservaring en is een echte avonturier. Een flierefluiter en een travelexpert. Het boeit haar niet of ze nou vies is of niet, het maakt haar niet uit waar ze slaapt en waar haar spullen zijn. Alles slingert rond in de auto en op één of andere manier raakt ze niets kwijt. Ze heeft een geniaal Frans accent en we maken er dan ook vaak grapjes om. Honey noemt ze ‘oni’ en ze antwoordt bijna overal op met ‘Yes, for me it’s okay-è’. We praten haar vaak na en ze kan er om lachen.

Eddy is meer de clown van ons allen en tegelijkertijd een beetje het lulletje. Hij maakt grapjes, kan rappen (‘In the jungle the mighty jungle’ is een veelgezongen liedje in de auto. Ik zing vooral, Eddy rapt en de rest doet de ‘awimbowè, awimbowè), hij is zeer slecht in navigeren en denkt soms gewoon niet helder na. Verder is hij altijd druk bezig met het naar binnen en buiten sjouwen van alle backpacks van de dames (erg lief), omdat hij vindt dat dames dat zelf niet horen te doen. En zo is het!

Rabea heeft het leiderschap wat op zich genomen. Hij is ook een echte gentleman, maar tegelijkertijd een luie donder. Hij zorgt ervoor dat iedereen alle spulletjes bij elkaar heeft, niets vergeet, bestuurt over het algemeen de auto (Eddy soms ook en ik héél soms ook) en zorgt ervoor dat iedereen het naar zijn zin heeft. Hij heeft in het leger gezeten en is zeer goed in commanderen (‘Open the door, you mathafucka’) en gek genoeg luistert iedereen er ook nog naar. Echter verplicht ik hem er tegenwoordig ‘please, dearest Aletta’ aan toe te voegen, waardoor het een: ‘Open the door! Please. Dearest Aletta….. muthafucka’ van wordt. Hij is altijd moe en doet een powernap zodra het kan. Tegen bomen, op bankjes, in de auto, op de boot, noem maar op.

Dan heb je Marijke, de georganiseerde onder ons. Marijke heeft alles voor elkaar, raakt niets kwijt, heeft honderdduizend kleren mee en nog steeds minder kilo’s dan ik (ik snap er geen donder van aangezien ik een kledingtekort heb) en is staat altijd als eerst klaar om te vertrekken (ik daarentegen als laatst). Het is fijn om zo nu en dan even Nederlands met elkaar te kunnen praten en onze frustraties te delen. Je zit toch 24 uur per dag met vijf man bij elkaar op de lip en dat is leuk, maar soms ook wel veel van het goede. Vooral ik vind het soms lastig, aangezien ik thuis erg kan genieten van mijn privacy. Verder ben ik soms nog wat zoekende in mijn backpackstijl. Ik dacht dat ik ook aardig georganiseerd was, maar toch ben/raak ik regelmatig wat kwijt (Kimberley, volgens mij wordt het de grootste hel als jij hier straks bent met je chaos, haha). Maar gelukkig ben ik niet de enige die zo nu en dan wat vergeet. Amandine haar hangmattouw hangt nog ergens in Daintree aan een boom (Eddy’s schuld), Rabea is één sandaal verloren (hoe dat mogelijk is weten we nog steeds niet) en vandaag zijn we onze gascooker vergeten op Magnetic Island waardoor we een gascooker van onze Engelse camperburen hebben moeten lenen. Gelukkig kunnen we er na een paar minuten vloeken en balen wel om lachen met elkaar.

Maargoed, ik zou eigenlijk gaan vertellen wat er verder nog is gebeurd. Gisteren (vrijdag 20 november ’15) zijn we naar Magnetic Island vertrokken met de ferry. Daar was ’s avonds een Full Moon party waar we enorm naar uitkeken. Een mooi eiland, maar niet ge-wel-dig. Toch was het, zoals eigenlijk bijna alles, weer een enorm avontuur. Het begon met dat Eddy, heel slim, de ferry voor de dag erna om 10 uur ’s ochtends had geboekt. Hij had even niet nagedacht over een mogelijke hangover.. Gelukkig heeft Rabea (onze regelneef) dat weer gefixt door er de dag erna achteraan te bellen om van tijd te switchen. We hadden geluk dat het nog lukte, want het was natuurlijk erg druk op de ferry vanwege die party. We hadden alleen één probleem. We namen onze campervan mee, maar we hadden geen plek om hem te stallen. Er was maar één camping op het eiland aanwezig, maar zij wilden geen gasten (jongeren) ontvangen op de Full Moon party avonden (begrijpelijk). Uiteindelijk hebben we onze campervan geparkeerd bij het strand. Hebben we daar gekookt, gedoucht onder stranddouches, ons opgemaakt in het toilet en gegeten aan een picknicktafel. We namen de camper mee naar het feest en zouden naderhand wel zien waar we heen zouden rijden.

Het feest zelf viel tegen. Het was superleuk, maar er waren weinig mensen en het dikke bedrag dat we ervoor hadden neergelegd was het niet waard. Gelukkig hadden we een leuke avond (ik was weer flink dronken na vier glaasjes) en hebben we het naar ons zin gehad. Tijdens het feest ontmoette Eddy een paar Duitsers die drie weken een huis in Australië ‘huurden’ for free, en hij heeft geregeld dat we daar wel in huis konden slapen. Yes yes yes, eindelijk een normaal bed! Echter, eenmaal daar aangekomen bleek het een wat freaky, stoffig, ranzig huis. Er stonden wat ingepakte kartonnen dozen, het was best leeg en er stond her en der in een kamer een bed. Marijke en Amandine sliepen beneden samen in een eenpersoonsbed (zij zijn beide niet zo groot) ik sliep boven, op de grond, op een vies bevlekt matras (gewoon maar even je verstand op 0) omringd door honderden afgebrande wierookstokjes, bijbels, Boeddhabeelden/-boeken, en de mannen sliepen ergens op een bank. Op zich heb ik er prima geslapen, maar toch voelde het niet heel comfortabel. De dag erna snel binnen de afwas gedaan (dat is een hel in die campervan) en hebben we een tracking gedaan op zoek naar wilde koala’s. Dit was hi-la-risch! We hebben (na een lange wandeling met veel zweet, stinkende oksels, en overal zand) één koala gevonden. Rabea moest zo nodig de koala vangen en meenemen naar huis (volgens mij wilde hij hem vooral graag aaien), dus klom hij in een boom. Ik riep al dat hij het niet moest doen omdat ik er een huge mierenhoop in dacht te zien, maar hij kon het niet laten.. Hij ging hoger en hoger (op zichzelf al erg grappig om te zien) en toen hij er bijna was begon hij plots te schreeuwen en te doen. Hij werd attacked door al die mieren. Al schreeuwend en jammerend kwam hij weer naar beneden, wat natuurlijk niet zo snel ging. Hij zat van top tot teen onder de mieren. Hij trok zijn kleren uit en danste halfnaakt rond om alles van zich af te krijgen. Ik heb Marijke snel een foto laten maken (uiteraard). Hij heeft wel tien minuten om zich heen staan te meppen en zat onder de rode bultjes. Ik kwam niet meer bij! ‘You get what you deserve!’, riepen we al.. Nou, hij heeft enorm veel geluk gehad, want uiteindelijk bleek die hoop, waarvan ik dacht dat het een mierenhoop was, een soort staande bijenkorf te zijn! Het heeft denk ik 30 cm gescheeld of hij had erop getrapt.. Ik wil niet weten wat er dan was gebeurd. Waarschijnlijk had dan niet alleen hij een probleem gehad, maar wij allemaal..

Verder tijdens de tracking weer de meest waanzinnige views gezien. Echt enorm mooi. Het is niet te beschrijven eigenlijk. Zelfs foto’s kunnen het niet zo mooi vertonen als dat het in werkelijkheid is. Verder denk ik dat ik, ondanks mijn lange gebrabbel, ook weer een hoop vergeten ben te vertellen, maar ik kan wel uren blijven typen. Ik zit nu op een free camping (meer een soort parkeerplaats langs de weg) mijn blog te typen. Eddy, Rabea (waar ik elke nacht naast lig en die echt enorm snurkt) en Marijke liggen te slapen. Ik ga er nu ook maar in want ik verwacht dat iedereen morgen weer vroeg wakker is. Ik hoop morgen ergens mijn was te kunnen doen, want ik heb niet zoveel schone kleren meer. Ik voel me soms echt een zwerver. Ik loop dagen in dezelfde kleding, ik zie er niet uit en ik stink (door dat vele klimmen in de bergen) een uur in de wind. Vandaag werd ons, toen we in de supermarkt voor de vrieskast stonden te kwijlen voor de Magnums, al door een Australisch vrouwtje gevraagd of we wel genoeg geld hadden om een ijsje te kopen. Anders wilde zij het wel voor ons kopen. Dan nam ze zelf één ijsje en mochten wij de rest hebben. Haha! Lief mens, we hebben haar maar bedankt, maar zo erg zien we er dus blijkbaar uit.

Nou dat was het maar weer voor vandaag. Overmorgen gaan Rabea, Eddy en Amandine op een zeilboot voor twee nachten naar Whitsunday Islands. Marijke en ik gaan een dag later want wij hebben een andere tour geboekt. Door onze zeeziekte hebben we een trip met resort geboekt. Ik ben erg benieuwd want het is een nieuw concept waardoor er weinig recensies online staan. We zien wel! Ik kijk er in ieder geval naar uit om weer in een normaal fatsoenlijk bed te slapen, een lange douche te kunnen nemen en normaal te eten. We eten momenteel alleen rijstwafels, wit brood met tonijn, pasta of pindakaas en ’s avonds rijst of pasta met een potje saus en hooguit een uitje erdoor. Ik mis vlees, groenten en fruit (al eten we zo nu en dan gelukkig wel eens een appeltje).

Nou luitjes, ik ga snel pitten. See ya!

Alet

Kots, een playboymodel en the start van onze roadtrip!

Donderdag 19 november  – Great Barrier Reef

Hee guys!

Ik heb al een tijdje niet meer geschreven, maar we zijn continu druk, druk, druk en veel onderweg. Maar ik mag niet klagen hoor, want ik ben ondertussen beland in een relaxtere vorm van Expeditie Robinson. Super-supercool!

Maar we beginnen bij waar we gebleven waren: het Great Barrier Reef. Vorige week woensdag zijn we erg vroeg vertrokken vanuit het YHA Hostel om te vertrekken met de boot. We werden opgehaald met een shuttlebusje en zijn naar de boot, een soort grote catamaran, gebracht. Op de boot kregen we een een safety-briefing en werd ons aangeraden antizeekiekpilletjes te kopen voor 2$. Omdat ik me niet heel geweldig voelde heb ik dit voor de zekerheid maar gedaan. Marijke uiteindelijk ook. Nog geen tien minuten later, eenmaal varend over de hooggolvende zee, begon het al. Marijke had zakjes nodig want ons volledige ontbijt (gratis pannenkoekjes van het hostel) kwam eruit. Ik dacht nog: arme ziel, wat zou ik me lullig voelen.. En hopla, ik hoefde maar twee keer naar links en rechts te kijken en daar ging ik ook. Kotsen als een malle! Ik denk wel tien zakjes vol! En dan zit je daar dus. Op een grote catamaran, op de woeste zee, gespannen naar de horizon te kijken omdat dat het enige is wat rondom de boot niet in beweging is, met een zakje aan je kin en kotsrestjes aan je mondhoeken, met het vooruitzicht dat je er gezellig ook nog een nachtje mag overnachten.. ‘MAMAA IK WIL NAAR HUISSS!’. Maar nee, dat kan natuurlijk niet. Dit hoort vast ook bij het backpackleven, dus even doorbijten en weer verdergaan.

Na een horrorbootrit van anderhalf uur kwamen we ein-de-lijk aan op het rif. Wat een opluchting. De enige plek waar ik me niet misselijk voelde was namelijk in het water. Ik heb in totaal (over twee dagen verdeeld) vijf duiken gemaakt. Enorm gaaf. Veel vissen gezien waarvan ik de naam niet meer weet, natuurlijk de bekende Nemo (clownfish) en ik heb, ja echt waar, gedoken met haaien! Wááh! Zowel overdag, wanneer ze slapen en rustig op een plek blijven hangen in het water, als in de nacht, wanneer ze op jacht zijn naar voedsel. Het waren reefsharks en blacktipsharks of zo. Ongeveer 1,5 á 2 meter lang en niet gevaarlijk. Althans, zolang je ze gewoon met rust laat. Maar toch was het wel superspannend, want toen we het water in gingen voor de nachtduik zwommen ze allemaal rond de boot vanwege het licht dat van de boot afkwam. Zo konden ze hun prooien goed vinden.. Dus ja, spring dan maar het water in tussen al die vinnetjes. Maargoed, ik leef nog, dus niks aan het handje! Verder lijkt het rif best wel op het rif van Curaçao, alleen zijn er hier meer van die cliffen en bergen in het water. Ook het koraal is her en der wat anders en alle vissen lijken wat groter. Al met al, het was súpermooi!

Na een nachtje te hebben geslapen op een andere boot (die godzijdank iets minder bewoog) en nog een paar duiken te hebben gemaakt zijn we weer naar de kust vertrokken. Op de andere boot werd me verteld dat als je de antizeeziekpilletjes slikt terwijl je je al niet meer goed voelt, je júist ziek wordt. Dat was dan ook de reden dat ik zo ziek werd op de heenweg denk ik. Op de terugweg heb ik het dus maar zonder pilletjes geprobeerd.. En wonder boven wonder ging dat goed. Ik was well erg misselijk, maar ik heb gelukkig geen zakjes nodig gehad.

Eenmaal op de terugweg in de shuttlebus moesten Marijke en ik nog snel kijken naar wel hostel we zouden gaan. We hadden namelijk niet een extra nacht geboekt bij YHA want het leek ons ook wel leuk nog wat anders te zien. Een Nederlandse jongen die ook in de shuttlebus zat (een enorme sukkel, want hij deed nogal populair) adviseerde ons het Reef Backpackers hostel. Maar 16$ per nacht, dus een koopje. ‘Mooi!’ dachten wij. Daar gaan we heen. Nou buddy’s, ik heb nog nooit in zo’n ranzig hostel geslapen. Gadverjeeeeke! De volgende dag bleken er ook nog bedbugs in het bed van ons Engelse kamergenootje te zitten. Na twee nachtjes zijn we daar dus ook maar weer weggegaan. Ik betaal liever iets meer voor een hostel waar ik me gewoon veilig voel, rustig kan slapen en me niet zorgen hoef te maken over de geschiedenis die zich heeft afgespeeld om en rondom het inventaris.

Vrijdag 20 november:

Even in een snelvaarttrein (in hoeverre dat mogelijk is voor mij): vrijdag 20 november hebben we Alessio L’Australiano ontmoet. Voordat we naar het Great Barrier Reef gingen had ik gereageerd op zijn Facebookoproepje voor een gezamenlijke roadtrip down the Eastcoast. Hij is een Italiaans playboymodel, dus dat leek ons natuurlijk wel wat, haha. Nee, eigenlijk leek het Marijke meteen al niets, maar ik dreef mijn zin een beetje door omdat ik gewoon zo graag een roadtrip wilde doen in plaats van een trip met de bus. We hebben afgesproken voor het Reef Backpackerhostel en onze plannen doorgesproken. Het leek me een coole gozer, een echte backpacker. Helaas had hij maar tien dagen om naar Brisbane te reizen en hebben wij meer tijd. Ik heb alle tijd en Marijke heeft vier weken. We wilden dus niet gaan haasten als het niet nodig was, dus hebben we besloten het aanbod af te blazen. Ik heb die avond gelijk gereageerd op wat andere mensen in de hoop dat we die dag erna reactie zouden hebben. We spraken af dat als we niemand konden vinden we maar een bustrip zouden gaan starten.

Zaterdag 21 november:

Jeeej! Een reactie van een Frans meisje, Amandine (20)! We spraken af voor het Gilligans hostel. Ook reageerde Rabea, een jongen uit Israël (25), dus hij werd ook uitgenodigd. Het klikte meteen, het voelde goed en het was gezellig. Iedereen had ongeveer hetzelfde plan, namelijk in ongeveer drie weken naar Brisbane reizen met een auto/campervan/4WD met allerlei leuke trips tussendoor, dus we besloten gelijk naar een travelagency te gaan om een aanbod (met wat korting uiteraard) voor de roadtrip te krijgen inclusief alle trips. We hoorden her en der dat de trips aan de Oostkust behoorlijk vol begonnen te raken en je soms wel twee weken van te voren moest boeken, dus wilden we er wel zeker van zijn dat het goed zou komen. We hebben bij Peter Pan’s en bij Gilligans een aanbod gevraagd. Peter Pan’s was het goedkoopst, maar we wilden reizen per campervan (o.i.d.) en niet met de bus, dus moeten we eerst een campervan regelen. Dit ging lastig worden, aangezien we eigenlijk zo snel mogelijk wilden vertrekken. Ook kwamen we erachter dat je alleen een drie persoonscampervan of een vijfpersoons campervan konden huren. We waren met zijn vieren, dus om het zo goedkoop mogelijk te houden was een extra persoon wel gewenst. Ik heb een Facebookberichtje online gezet met ons plan en binnen een paar minuten hadden we reactie van Eddy (Edward 25), een Duitse jongen. Ook hij was oké, dus let’s go! Omdat het zaterdag was en alles eigenlijk een beetje gesloten was besloten we internet af te struinen naar online campervans/4WD’s en even af te wachten. Amandine had een aanbod in haar hostel gekregen voor een trip naar wat watervallen rondom Cairns voor maar 25$, dus besloten we zondag met z’n alleen daarheen te gaan.

Zondag 22 november:

Waaauw, wat een geweldige trip naar die watervallen! Een sprookje. Dwars door de jungle, gezwommen in een bergriviertje, geklommen over enorme rotsen, gekeken naar de meest mooie uitzichten die je je kan bedenken, verschillende mensen ontmoet, gezellig gekletst, gesprongen van een vijf meter hoge rots het water in (waar een filmpje van is.. Alleen staan deze op mijn GoPro en heb ik nog niet het moment gevonden het e.e.a. te uploaden) en een superdag gehad. Richie, een Engelse jongen waar ik veel mee heb gesproken, gaf me nog verschillende tips voor mijn reis en adviseerde me om naar het Globetrottershostel te gaan, aangezien die van ons zo vies was. Uiteindelijk hier maar voor gekozen. Het was maar 1 AUS dollar meer dan het andere hostel en superfijn. Na de trip hebben we onze backpacks bij het Reef Backpackershostel opgehaald en zijn we naar Globetrotters gegaan. Na ons te hebben geïnstalleerd zijn we met z’n allen naar Paradise Adventure Travels gegaan omdat Eddy iemand kende die daar werkte en ons misschien nóg meer discount kon geven. En dat gebeurde! Gilligans vroeg $1087 per persoon, Peter Pans vroeg $1030 en Paradise Adventure Travels vroeg $969. Beter! Echter moesten we nog een campervan, dus besloten we de ochtend erna terug te komen. Ze dreigden er wat mee dat onze trips dan niet meer te boeken waren, maar dat risico namen we maar even. We wilden gewoon met een campervan en niet met een bus. Basta! Dus zo gezegd zo gedaan.

Maandag 23 november:

Wooohoo! Al snel in de ochtend kregen we een appje van Rabea. Hij had een sms’je gekregen van Paradise Adventure Travels. Ze hadden een campervan voor ons gevonden! Ik was zó blij! Anders zouden Amandine en Marijke met de bus zijn gegaan en dat wilde ik gewoon liever niet, dus was ik misschien op zoek gegaan naar andere mensen voor een roadtrip, maar dat was ook wel weer tricky omdat ik ook weer niet nog veel langer in Cairns wilde blijven. Daarnaast is dit net zo’n leuk groepje zo. We vertrokken met een sneltreinvaart naar Paradise Travels en hebben daar alles geboekt. We konden diezelfde dag de campervan nog ophalen. Exited!

Eenmaal aangekomen bij de campervanverhuurder bleek dat er iets fout was gegaan.. Er was geen campervan beschikbaar. Kak! Wij natuurlijk balen als een stekker, maar ze beloofden ons in een uur iets te regelen. Gelukkig lukte dit en konden we na een uurtje dus vertrekken. Pff, wat een hitte daar. Het zweet stroomde dagelijks in stroompjes van me af. Wat voel ik me telkens vies.. Maar ja, backpackersleventje, zullen we maar zeggen.

Op maandag vertrokken we dus met de campervan. Eerst richting het Noorden, Daintree en Cape Tribulation. Na een tijdje rijden en wat práchtige uitzichten te hebben gezien (echt wauw gewoon), hebben we in het donker een camping gevonden. We moesten eigenlijk betalen maar we deden gewoon net of we het niet wisten, dus zijn we er gewoon gaan staan. Dit was echt wel even een momentje om bij stil te staan. Er was alleen een wc op de ‘free’ camping, meer niet. We stonden midden in de jungle (Daintree Forest, google maar eens) met onze campervan praktisch tussen de lianen. Nog één keer: wauw. Midden in het donker nog wat rijst met ranzige saus gekookt om te eten (we hebben één kookpitje) en hebben we een spelletje Jungle speed gedaan (deze had ik meegenomen). Daarna zijn we rond 22:00 uur gaan slapen omdat we de ochtend erna z.s.m. weg wilden om de campingcontrole te ontlopen.

Dinsdag 24 november:

Gelukt! We hebben niets hoeven te betalen. Onderweg weer terug naar het Zuiden zijn we gestopt bij verschillende stranden. Gewoon geen mens te bekennen en de mooiste stranden die ik in mijn hele leven heb gezien! Foto’s komen later op Facebook, deze staan op mijn Gopro. Amandine en Rabea hebben nog gezwommen, maar er zaten veel kwallen en krokodillen, dus ik durfde niet. Ze leven nog, maar het was niet zo slim van ze aangezien er overal grote waarschuwingsborden stonden. Na Daintree Forest/Cape tribulation zijn we weer naar onderen gereden. Eenmaal aangekomen bij een ander strand bij Port Douglas in de buurt, bleek dat ik mijn moneybelt met paspoort en alles bij de Ice Factory had laten liggen! Kak! We waren al een uur onderweg namelijk. Rabea bood aan om met mij samen weer terug naar Daintree te rijden. De rest ging boodschappen doen. Onderweg namen we nog een hitch-hiker mee die enorm uit zijn mond stonk. Respect voor deze kerel overigens, want hij reist helemaal in zijn eentje en doet her en der wat werk om te overleven. Hij slaapt gewoon in een tentje in de bush-bush en ziet het allemaal wel. Dat zou ik nooit kunnen, zo helemaal alleen. Al moet ik zeggen dat hetgeen wat wij nu doen er al wel aardig in de buurt komt, want ook wij slapen gewoon in de bush bush, douchen in riviertjes of zoeken een stranddouche op. Ik begin ondertussen te wennen aan het vies zijn, het vele zweten, mijn vette haar en noem maar op. Ik heb immers geen keuze en we zijn het allemaal.

In de avond hebben we een lege parkeerplek naast de weg gevonden en daar geslapen. We hebben veel goon gedronken (zoete witte wijn) en ik was aardig aangeschoten te noemen. We hebben spelletjes gespeeld, enorrem gelachen en geplast in de wildernis (geen wc namelijk).

Woensdag 26 november:

Vandaag zijn we naar een krokodillenfarm geweest. Leuk, maar niet heel bijzonder. Veel krokodillen gezien, een (indrukwekkende) krokodillenshow, cassowarys (gevaarlijke struisvogels die je hier in het wild ook prima tegen het lijf kunt lopen) en (gevaarlijke) slangen (die je hier ook in het wild kunt tegenkomen). In de avond een supermooie free camping gevonden om te overnachten met douches en wc’s. Ook een free barbecue (die heb je hier meer in Aussie). Na het barbecueën zijn we redelijk snel gaan slapen want iedereen was kapot.

Donderdag 27 november:

En dat is vandaag! Het is ochtend, we hebben net ontbeten en ik ga snel douchen want ik zit hier al een eeuwigheid te typen. We rijden straks richting Townsville en zullen morgen naar Magnetic Island gaan. Er is dan een Full Moon party dus dat wordt vast lachen.

Nou, seeee ya later guys!

Bye!